Een rustig dagje van slechts 490 kilometer. Toch weer op tijd opstaan want je weet nooit hoe het onderweg allemaal kan lopen.
De route was erg mooi. We reden door een groen heuvellandschap, eigenlijk een beetje hetzelfde als de dag tevoren. We bleven op hoogte, de hele dag tussen de 2500 en 3300 meter boven zeeniveau.
De meest zuidelijke stadjes waar we doorheen reden waren behoorlijk welvarend. Er stonden grote en vooral ook mooie huizen en er was veel veeteelt, de groene bergweiden zijn een Walhalla voor de koeien die hier grazen, er is volop gras aanwezig. Een heel ander beeld dan de arme magere koeien die ik vaak in Peru zie, koeien die moeten leven van droge stoppels en bijgevoerd worden met vermalen – en toch ook weer – droge maïsstengels.
Fotograaf Thijs reed vandaag weer met mij mee en dat beloofd altijd leuke fotostops. In het stadje Alausi stopten we bij een lokale markt. Op de markt waren veel mensen van inheemse afkomst. Zij droegen kleurige kleding maar ook aan hun fijne gelaatstrekken kon je zien dat zij van inheemse afkomst waren, mooie mensen!
Thijs ging uit zijn dak en maakte veel mooie foto’s waarvan er zeker een aantal in het boek dat over de tour gemaakt gaat worden, geplaatst zullen worden. Ik heb ook een tijdje rondgelopen en geprobeerd een paar mooie plaatjes te maken.
In Quito werd ik langs de kant van de weg opgewacht door Veronica, de vrouw van mijn goede vriend en HoPe vrijwilliger Remko Dalkman. Veronica komt uit Quito en is vorig jaar september met Remko getrouwd. Remko is op dit moment in Nederland en was niet bij het warme onthaal aan de rand van de snelweg. Veronica was met haar moeder en samen nodigden zij mij uit om morgen bij hen te lunchen. Dat ga ik zeker doen.
Het was vier uur toen wij in het hotel aankwamen, het eten zou pas om acht uur opgediend worden. Twee mannen uit de groep wilden graag de stad in en ik wilde wel even mee. Het was 13 jaar geleden dat ik voor het eerst en voor het laatst in Quito was. Ik kon me er weinig van herinneren, ik was destijds voor een bijeenkomst van het CMC in Ecuador en ben toen maar heel even in Quito geweest. In mijn herinneringen was Quito toen een levendige stad, te vergelijken met Cusco.
Het beeld dat ik vandaag kreeg was wel even wat anders. Het was een regenachtige dag en we reden met een taxi naar het stadscentrum. Op het centrale plein waren wat mensen maar niet veel. Wat echter direct opviel was dat alles dicht was, er was geen enkele winkel open, alles was hermetisch afgesloten met rolluiken. Nu was het vandaag zondag en daarmee vast ook een rustdag in Quito maar zo doods als dit kon niet normaal zijn. Geen restaurantje te vinden.
Er was wel veel politie op straat en ik vroeg aan een agent waarom het zo stil was en waar we een hapje konden eten en een pilsje konden drinken. Voor een hapje konden we terecht in de fast food restaurantjes die wel open waren, een biertje konden we vergeten. In Quito mag op zondag na vier uur ’s middags geen alcohol meer verkocht worden. De taxichauffeur zou ons later vertellen dat deze maatregel genomen was om de hoge criminaliteit, verbonden aan het gebruik van veel alcohol, terug te dringen. Het hele horecagebeuren is sterk aan banden gelegd, het centrum is doods en er valt ook niets meer te stelen want er loopt niemand meer op straat. Een drastische maatregel. Ik zal morgen Veronica en haar familie eens wat meer achtergrondinformatie over deze gang van zaken vragen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten