woensdag 4 januari 2012

'Maandag 2 januari, vervolg

Het was een mooie dag. Althans, het regende niet en dan is het in de regenperiode al gauw een mooie dag. Ik reed deze dag met de fotograaf Thijs Heslenveld, Nederlandse collega Teuntje en Peruaanse collega Francisco. In Limatambo stopten we bij een eenvoudig boerenhuisje waar een vrouw buiten bezig was met het aanvegen van het erf. Thijs zag haar bezig voor haar huisje en wilde haar op de foto. Hij vroeg mij mee te gaan om hem te helpen contact met de vrouw te maken zodat hij wat makkelijker zou kunnen fotograferen. Ik liep mee en sprak het vrouwtje aan in haar eigen taal, het Quechua. Ze was helemaal niet verrast, ze had ons natuurlijk aan de overkant van de weg zien stoppen en naar haar toe zien komen. Ze was erg vriendelijk en vertelde wat ze aan het doen was. Dat ze het erf aanveegde hadden wij natuurlijk al lang geconstateerd maar het was een manier om het gesprek te beginnen en contact te maken.
Thijs vroeg of hij een foto van haar mocht maken. De vrouw antwoordde dat zij dat even aan haar man zou vragen. Ze liet haar bezem staan en liep het kleine huisje naar binnen. Ze kwam al heel snel weer naar buiten en vertelde ons dat haar man ons uitnodigde om binnen te komen. Dat was natuurlijk helemaal niet de bedoeling, dit zou vast langer gaan duren dan dat ons tijdschema het toeliet. Maar afslaan was ook geen optie meer, daarvoor waren we te ver. Thijs en ik gingen naar binnen waar we direct stuitten op een zeer rommelige Kerststal die direct in de deuropening stond opgesteld. De kerststal werd verlicht door het buitenlicht dat door de openstaande deur viel. De kerststal was het enige dat het buitenlicht opving, de rest van de ruimte kreeg een schaars licht van de kleine tv die tegen de achterwand van het kleine en vooral smalle kamertje was geplakt. Halverwege deur- en tv licht zat een oude man op een sofa. Zijn rechter knie zat raar en helemaal verkeerd aan de rest van het been. In een oogopslag was ons duidelijke dat deze man totaal immobiel was. Hij hing in de sofa en stak een klamme hand uit die wij eerbieding aannamen.
De heer des huizes nodigde Thijs en mij uit om naast hem te gaan zitten. Thijs bedankte netjes, hij had andere plannen, maar Tuentje, die ondertussen binnen was gekomen, en ik gingen wel naast de man op de sofa zitten. Het huisje was klein, te klein voor ons allen. De sofa stond tegenover een kleine tafel waarop een hoop spulletjes waren gestald. Het was duidelijk de eettafel en daarmee werd het duidelijk dat deze donkere, koude ruimte de woonkamer van de familie was.
Thijs vroeg of hij foto’s mocht maken van de kerststal, een goede binnenkomer. Zeker mocht dat en de vrouw haalde het kindje Jezus uit de stal zodat Thijs daar een aparte foto van kon maken. Het kindeke stond nu op de camera en zou ons op die manier vergezellen op onze reis. Ons kon niets meer gebeuren. We werden uitgenodigd koffie of thee te drinken. De kopjes en de thermoskan stonden op tafel en of we zelf maar in wilden schenken.  Teuntje schonk de kopjes halfvol om de visite niet te lang te laten duren. Moeder de vrouw haalde een grote schaal van de koelkast waaruit zij de restanten van een kerstbrood haalde. Er kwam een groot mes te voorschijn waarmee zij het laatste stuk panneton aan stukken sneed. Wij moesten eten, of we wilden of niet, afslaan zou opnieuw een belediging zijn. Zij hadden het brood gekregen van een van de kinderen die in Cusco woont. Waarschijnlijk aten zij het brood beetje bij beetje, stukje bij stukje en nu ineens werd het laatste stuk voor de onaangekondigde visite aan stukken gesneden.
Thijs maakte foto’s en ik knoopte een gesprek aan met de man op de bank. Ik vertelde dat ik in een aantal boerengemeenschappen gewerkt had in de streek waar hij woont. In wist me niet alle namen te herinneren maar een aantal dorpen kon ik me nog wel herinneren. Hij fleurde helemaal op. Hij was burgemeester geweest en had in zijn ambtelijke periode in dezelfde dorpen scholen opgezet.
Het was grappig om de dorpen te herkennen, grappig dat we beiden in de zelfde dorpen gewerkt hebben, beiden in het onderwijs maar wel met een tijdsverschil van 30 jaar. De man begon te vertellen en was niet meer te houden. Het was te zien dat hij niet vaak gesprekspartners had met wie hij over zijn werk kon praten. Waarschijnlijk had hij nooit of nauwelijks gesprekspartners. Hij was niet meer te stoppen. Ik moest op een gegeven ogenblik zeggen dat het me speet maar dat we weg moesten. Thijs maakte nog een foto van hen samen en ik moest beloven dat ik die foto een keer zou komen brengen. Dat ga ik zeker doen.

Onderweg kwamen we veel auto’s tegen die de berg niet opkwamen. Een ingewikkeld verhaal over benzine die verdampt in de leiding en dan te toevoer van de benzine naar de carburateur tegenhoudt. Een verhaal over lage luchtdruk in verband met oplopende temperaturen van de motor. Ik zal het later een opzoeken hoe het precies zit.


Ik heb een van de auto’s de berg over gesleept, de 164 (eerste serie, 6 cilinder, 4 deurs – zo leer ik nog wat over de oude  Volvo’s) was ook tot stilstand gekomen. En prachtige auto, automaat van eind 60ger jaren. Even de berg over, een pas van 4500 meter, en daarna kon hij weer op eigen kracht verder.
Het was een mooie rit, veel fotomomenten en het duurde dan ook erg lang voor we in Nazca aankwamen. Het was 22.00 uur toen wij in het prachtige hotel, in een oude haciënda net buiten de stad aankwamen. Een plaatje van een hotel waar we echter maar weinig van zouden kunnen genieten. Laat binnen en de volgende dag weer vroeg op om naar Lima te rijden.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten