zaterdag 28 januari 2012

24.700 kilometer Zuid Amerika

Thuis!

Het zit er op, na 60 dagen Zuid Amerika ben ik weer thuis. Niet helemaal eerlijk natuurlijk want ook de 30e december heb ik, op doorreis in Cusco, in mijn eigen bed mogen slapen.  Het was raar om Cusco binnen te rijden. Normaal gesproken pak ik de ringweg maar vandaag reed ik dwars door het centrum, over de Plaza de Armas waar we op 1 januari met ruim 60 Volvo’s door de stad Cusco ontvangen werden.  Een kleine ereronde over het plein, uiteraard keek er niemand op van een met stickers volgeplakte Toyota maar voor mij was het de waardige afsluiting van een super reis.




 Vreemd om terug te zijn. Vreemd maar ook wel lekker. Volvo Classics in afgesloten, de laatste deelnemer - begeleider is thuis. Een onvergetelijke reis, dankzij de inzet van veel personen die er,  ieder op zijn eigen manier, werk van hebben gemaakt om deze mega-happening tot een geslaagde reis te laten worden.
Ik heb respect voor alle mensen die deel hebben genomen aan deze reis. Het leek allemaal zo mooi en dat was het ook. Maar het was zwaar, loodzwaar. Respect vooral voor al die personen die de rit niet net als ik in een luxe fourwheeldrive  met stuurbekrachtiging en airco hebben gedaan, maar de rit uit hebben gereden in wat minder comfortabele oude Volvo’s.  De Volvo Duett ut 1965 was een van mijn favorieten maar waarschijnlijk ook een van de minst comfortabele auto’s. Ik heb het stuur diverse keren uit handen gegeven, collega’s wilden ook graag rijden en soms kwam het me goed uit om onderweg even de ogen even dicht te kunnen doen, het programma was zo vol dat we lang niet altijd aan onze nodige slaap toekwamen. Er waren echter deelnemers die de hele 16.000 kilometer alleen hebben gereden. Knap, enorm knap. Eén van de deelnemers zei: “Ik had van te voren met mijn vrouw afgesproken dat ik het eerste gedeelte tot Cartagena zou rijden en dat zij daarna zou mogen!”.  Knap, razend knap! En dan praat je niet over jonge knapen zoals ik maar dan hebben we het over mensen die de 50 al gepasseerd zijn, sommigen zelfs ruim!

Respect en waardering ook Sapa Pana, voor alle personen die drie jaar lang bezig zijn geweest met de voorbereidingen van deze reis. Ik geef je het te doen, 180 mensen, 80 auto’s, 16.000 kilometer door zes Zuid Amerikaanse landen. Uiteraard hadden we schoonheidsfoutjes, maar gezien de hoeveelheid mensen, auto’s en kilometers is het allemaal enorm soepel verlopen. We hebben ieder nacht een goed bed gehad, we kregen goed te eten, ook als mensen soms erg laat binnenkwamen na een uitputtende dag dan stonden de koks en serveersters altijd weer klaar om de dag in ieder geval met een goed gevulde maag af te kunnen sluiten.
Alle auto’s staan op de boot en zullen binnenkort in Nederland aankomen. Alle deelnemers zijn weer thuis. Felicitaties aan allen!

En wat betekent de Volvo classics Panamericana voor mij? In de eerste plaats heb ik enorm genoten. Ik heb 20 jaar rondjes gereden in en om Cusco, ik kende meer dan 200 indiaanse gemeenschappen van Cusco, maar daarbuiten eigenlijk heel weinig van Zuid Amerika. Daar is nu wel verandering in gekomen. Ik heb in acht weken 24.700 kilometer door Zuid Amerika gereden. Uiteraard, te snel! Ik heb kunnen proeven, of eigenlijk dat zelfs niet, ik heb met de neus boven de pap mogen hangen om de geur op te snuiven maar echt een hap nemen was niet voor mij weggelegd. Maar toch heb ik veel gezien en veel geleerd. Er is een wereld voor mij open gegaan, een wereld waar ik bij de eerste de beste gelegenheid wat verder in wil duiken, waar ik toch een keer een flinke hap van wil nemen.

Voor HoPe is de reis ook een succes geworden. Te beginnen uiteraard bij de directe sponsoring van onze projecten door de deelnemers. Ik durf nog geen bedragen te noemen, dat laat ik aan de penningmeester over, maar ik weet dat HoPe een heel mooi bedrag gaat krijgen van de Volvo Classics Panamericana. Maar naast de directe sponsoring heb ik ook de gelegenheid gehad om met veel deelnemers te praten over het werk dat HoPe doet, ik heb veel mensen een beeld kunnen schetsen van de organisaties HoPe Nederland en HoPe Peru, van de projecten die wij uitvoeren en van de manier waarop wij dat doen. Hoogtepunt was hierbij uiteraard het bezoek aan Racchi en aan Cusco zelf op 1 januari. Vooral het bezoek aan Racchi heeft veel indruk gemaakt bij de mensen die die dag mee zijn geweest.  Ik heb ook persoonlijk kunnen ervaren dat er bij veel mensen scepsis bestaat tegenover ontwikkelingsprojecten. Uiteraard is dat niet nieuw voor mij maar het was goed voor mij om het weer eens zo direct te horen van mensen die wij tot onze Nederlandse doelgroep, onze achterban zouden rekenen. 

HoPe gaat ook zeker aandacht krijgen binnen het programma Panamericana dat Veronica vanaf 6 april in zeven afleveringen uit gaat zenden.  Ook deze aandacht is natuurlijk alleen maar meegenomen voor een kleine organisatie als de onze.  We hebben een prachtige tijd gehad met de mensen die de opnames voor  het programma hebben gemaakt, dank jullie allen voor de mooie, grappige, serieuze, saaie en te gekke momenten die we samen door hebben gemaakt. Vooral het binnenrijden van Cartagena, het einddoel van de reis, waarbij we uit volle borst samen het nummer You can’t always get what you want van de Rolling Stones zongen, staat in mijn geheugen gegrift.
You can’t always get what you want, but if you try sometime, ….. , you get what you need!

En dan niet te vergeten het fotoboek dat van deze reis gemaakt zal worden. Fotograaf Thijs Heslenveld (www.thijsheslenfeld.com) en ik hebben veel  dagen samen gereden en samen opgetrokken. Thijs heeft met het nummer Lust voor Life van Iggi Pop op vol volume regelmatig een poging gedaan om de medereizigers de auto uit te blazen maar dat is hem niet gelukt. Thijs heeft fantastische foto’s gemaakt en ik weet zeker dat hier een schitterend fotoboek van gemaakt zal worden. De opbrengst van de verkoop van dit boek gaat t.z.t. ook naar HoPe. 

Ik kijk terug op een zeer geslaagde reis, zowel voor de deelnemers als voor de organisatie, maar ook voor mijzelf en voor HoPe.

Jongens en meisjes, mannen en vrouwen, allen die dit mogelijk hebben gemaakt:  SUPER BEDANKT! Een onvergetelijke reis! Mijn onvergetelijke reis





vrijdag 27 januari 2012

Men zegt dat je in Cusco binnen één dag vier jaargetijden kunt hebben. Nou, ik heb ze vandaag gehad al moet ik er voor de eerlijkheid bij vertellen dat ik er wel  550 kilometer voor heb gereden.
Ik vertrok uit Ica, een plaats midden in de woestijn. Het was vanochtend al erg warm, ik schat een graad of 25, toen ik de auto instapte en aan de lange tocht voor vandaag begon.


De eerste twee uur reeds ik door de kurkdroge woestijn, slechts af en toe, als er ergens water  te halen was, onderbroken door stroken groen waar tegenwoordig van alles wordt verbouwd. Voorheen was het alleen katoen dat er in deze streek groeide, later kwamen daar asperges bij en tegenwoordig heeft de megalandbouw toegang gezocht en gevonden tot de woestijnstreken van zuid Peru. Als er maar water is dan groeit er van alles. Het begrip “onvruchtbare woestijn”heb ik al lang geleden uit mijn vocabulaire geschrapt. Nieuw voor mij waren de plantages met sinaasappelen en druiven. Je kunt zien dat het grote bedrijven zijn die hierin investeren want er wordt in één keer honderden hectare aangeplant.
In Nazca gooide in de tank vol want in de eerst komende uren zou ik geen tankstation meer tegen komen. De tocht ging direct stijl omhoog. Nazca ligt op 595 meter hoogte maar binnen anderhalf uur zat ik ruim boven de 4.000! Het is een prachtige weg, een tocht die we drie weken geleden in omgekeerde richting hebben gedaan met de Volvos. Ik had dit gedeelte van de weg echter niet gezien omdat we op de heenweg de laatste drie uur in het donker en in een  dikke mist reden.
Het landschap is erg mooi, ruige bergruggen met duidelijke sporen van vulkanisme. Diepe afgronden langs de smalle weg lieten mijn adamsappel af en toe een sprongetje maken, zeker als er  onverwacht een grote vrachtauto van achter de bocht op duikt. Een maal zat ik bijna in de schaar van een grote oplegger die de haarspeldbocht iets te nauw en met te veel snelheid nam. Het ging goed maar ik moest wel even een stukje achteruit om mijzelf te bevrijden en de vrachtwagen doorgang te verlenen.

Ik zag een condor en reed bijna over een kudde guanacos. Guanacos behoren tot de lamafamilie en zijn erg schuwe dieren die normaal in kleien groepjes op de hoogvlakte leven. Vandaag moest ik echter hoog op de rem omdat er een groep van zeker 20 guanacos net voor de auto de weg overstak. Ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien en ook niet op zo’n korte afstand.

Ik werd aangehouden door de politie en de man vroeg mij of alle Volvos ook weer langs zouden komen. De tour heeft toch indruk gemaakt!
Ik reed uren over een hoogvlakte van meer dan 4000 meter hoog. Het hoogste punt lag op 4500 meter.  De auto had er moeite mee, te weinig zuurstof. Zelf had ik gelukkig nergens last van, althans niet van zuurstofgebrek.
De agent had even tevoren al gewaarschuwd dat er regen op komst was. Het leek een absurd verhaal daar in de droge en hete bergen maar hij kreeg wel gelijk. Ik kreeg een enorm regenbui te verwerken die even later overging in natte sneeuw. De ruit besloeg en een blik op de thermometer liet mij zien dat het buiten 2 graden Celsius was. Ik deed de verwarming aan en zette de blazer op de voorruit om weer volledig zicht te krijgen. Niet handig, binnen de kortste keren vermenigvuldigde de barst in de voorruit zich met de factor 5, vanochtend reed ik weg met een kleine barst van hooguit 8 centimeter, nu heb ik er zeker 40! Nou ja, Cusco is dichtbij en dan moet er maar een nieuwe in. Weinig keuze.

Ik nam vandaag twee lifters mee. Normaal gesproken doe ik dat niet op wegen waar men ook een lokale bus kan nemen. Vandaag was het anders, het leek er op dat de regionale bus staakte want ik had er nog niet een gezien. De eerste lifter was een oude man die in de stromende regen langs de kant van de weg liep. Ik reed hem eerst nog even voorbij want wie zou de bekleding van mijn auto later naar de stomerij brengen.  Maar als goed padvinder moest ik mijn goede daad van vandaag nog doen en reed toch maar een stukje achteruit om hem op te pikken. Hij was erg blij dat ik hem mee nam, ik daarmee ook.  Hij keek achterom in de auto en vroeg verbaasd of ik echt alleen reisde. Ik antwoordde bevestigend en hij zei:  “En hoe moet het dan als er iets gebeurt?”. Blijkbaar voelde hij zich verplicht om mij uit deze benarde situatie te redden want hij kwam direct met de oplossing. “Ach eigenlijk reis je niet alleen, de Apus (berggoden) zijn altijd bij je”.  Hij verzekerde mij wel tien keer dat hij een goed woordje voor mij zou doen bij de Apus.
De natte sneeuw was opgedroogd en ik reed kortte tijd door een voorzichtig voorjaarszonnetje. Veel was me hier niet van gegund want direct daarop kreeg ik een enorme hagelbui op mijn dak. En daar stond ze, een indiaanse vrouw met een deken over haar hoofd om zich te beschermen tegen de grote hagelstenen. Ook zij wilde graag mee. Ik dacht nog even dat het misschien de even tevoren beloofde Apu was, maar nee, ze rook gewoon naar indiaanse vrouw.

Zij zei niet veel. Ik vroeg haar of ze kinderen had, ze vertelde mij dat zij vier jongens heeft. Uiteraard kreeg ik dezelfde vraag van haar en toen ik vertelde dat ik geen kinderen heb keek ze mij verbaasd aan en vroeg hoe oud ik was. Ik zei eerlijk dat ik eenenvijftig ben. Ze keek me nog een keer van opzij aan en vroeg voorzichtig of ik van 1960 ben. Ik antwoordde bevestigend en ze barstte in een schaterlach uit. Ze zei: “Die van mij is ook van 1960 maar die is al erg oud en jij bent nog zo jong! Wat eet jij?”  Ik heb haar maar geantwoord dat ik veel chuño eet, dat is gedroogde aardappel die zij haar man ook voor kan zetten. Wie weet helpt het.
Op de hoogvlakte heb ik nog even gestopt bij een paar kinderen die in de kou en de regen de lama’s en alpaca’s een het hoeden waren.


Om 7 uur vanavond reed in Abancay binnen. Het was 23 graden Celcuics!

Een bekend hotelletje gezocht en in en bekend restaurant mijn favoriete gerecht gegeten. Morgen nog 200 kilometer te gaan, vier uurtjes rijden over kronkelige maar goede bergwegen. Als alles goed gaat tenminste, als het zo hard regent als vandaag dan is het niet ondenkbaar dar er op de route van morgen aardverschuivingen zijn, de route staat er om bekend. Dat ga ik morgen zien!
Een beetje later dan gewoonlijk.

Het is er gisteravond niet meer van gekomen om een berichtje te plaatsen. Ik heb lang doorgereden, ik wilde Ica halen. In Ica is een prachtige oase, Huacachina. Eenentwintig jaar geleden, toen ik als reisleider chauffeur voor Ashraf werkte, kwam ik hier regelmatig met de groepen en ook later ben ik nog wel eens aangeweest.
Het leuke van dit soort plekken is dat je mensen leert kennen. Mensen uit de lokale gemeenschap, jongens die opgegroeid zijn binnen het toerisme, jongens die meegegroeid en uiteindelijk totaal vergroeid zijn met een klein stukje van het zeer lokale toeristenwereldje. Zo ook Francisco. Ik leerde Francisco kennen als 18 jarige knul. Zijn ouders hadden een restaurantje en hij probeerde met allerlei grappen en grollen de weinige toeristen die langs kwamen naar het familierestaurantje te lokken. Soms deed hij dat erg leuk, hij kende een paar woorden Nederlands en probeerde daarmee de aandacht te trekken van de mensen van de groepen die ik begeleidde. Soms was het ook minder leuk. Francisco was niet de enig die een familierestaurantje moest vullen, ook andere jongens hadden deze dankbare taak van hun  ouders,  ooms en tantes en opa’s en oma’s meegekregen.
Francisco trok de meeste aandacht, niet altijd leuk, soms was hij erg luidruchtig en soms een beetje grof, hij zei dingen die hij van toeristen had geleerd, dingen die je beter niet kunt zeggen maar hij had er geen idee van wat hij zei.

Ik was vroeg in Lima. De laatste 100 kilometer is nu snelweg en dat rijdt lekker door. Ik heb op internet een sluipweg gevonden die mij snel naar het hotel van mijn vriend Toon in Lima bracht. Ik moest daar een doos met boeken ophalen die een kennis voor HoPe had achtergelaten. Ik nam een douche om het klamme zweet van Lima van me af te spoelen en reed om 3 uur ‘s middags door.  Google Maps had me ook hier een snelle route gegeven, veel beter dan de route die we met de 80 oude Volvos door Lima hadden gereden. Met een paar kleine aanwijzingen van Toon stond ik met een uur weer buiten de stad waar toch maar liefst 9 miljoen mensen wonen.

Mijn eerste idee was om door te rijden naar Pisco, een stadje op drie uur rijden van Lima. Ook naar het zuiden was het wegennet behoorlijk verbeterd. De eerste 190 kilometer had ik prachtige snelweg.  Het onderhoud van de wegen is geprivatiseerd en je moet dan ook om de haverklap tol betalen, ik heb daar geen probleem mee zolang je in ruil daarvoor dit soort prachtige wegen krijgt. Bij een tolpoort vroeg de man of ik nu pas weer op weg naar huis was. Hij herkende mij van de heenweg toen we met de Volvos hier ook langs waren geweest. Leuk, en hij was niet de eerste, in het noorden van Peru was ik aangehouden door een politieagent die me een hand gaf en vroeg hoe het gegaan was. Hij had van de tour gehoord maar had ons op de heenweg gemist. Nu hij mij zag rijden wilde hij toch wel graag even groeten.

Ik was vroeger in Pisco dan ik had verwacht en besloot door te rijden naar Ica, een uurtje verder. De weg naar Huacachina was snel gevonden en ik vond een goedkoop maar aardig hotelletje.  Ik heb mijn spullen uitgepakt en ben direct op zoek gegaan naar Francisco en zijn familie. Het leek me leuk hem te verrassen, het is zeker 10 jaar gelden dat ik hen voor het laatst heb gezien. Ik trof een jongere en een oudere zus van hem. Francisco zelf was er niet, hij is drie maanden geleden aan kanker overleden, 39 jaar oud. 

woensdag 25 januari 2012

Ik kom dicterbij,
Trujillo is maar 600 kilometer van Lima verwijderd. Lima – Cusco is nog maar 1.000!
Ik had gerekend op een dagje in de Toyota garage. Ik moest olie verversen en filters vervangen en de remmen moeten hoognodig nagekeken en in ieder geval bijgesteld worden.
Ik had geen afspraak gemaakt en om er zeker van te zijn dat ik toch geholpen zou worden, ben ik vroeg naar de garage gegaan. Ik was er om 8 uur ’s ochtends en het eerste dat ik te horen kreeg was dat ik alleen een afspraak kon maken voor de volgende dag, de agenda voor vandaag was vol. De werkplaats was echter nog leeg en ik wist de receptie te motiveren de HoPe camioneta toch even de gewenste servicebeurt te geven, dat kon mooi vóór de grote meute binnen zou komen.
De auto kreeg de servicebeurt en de remmen werden bijgesteld, ik hoefde nog geen remblokjes te vervangen, volgens de monteurs kunnen nog wel 10.000 kilometer mee.


Ik was vroeg klaar en had dus niet de hele dag in Trujillo nodig, een dag die ik wel gepland had. Ik reed naar Huanchaco, een kustplaatsje een 20 kilometer verderop.  Bij een strandtentje at ik mijn bord gebakken vis, een gerecht waar ik naar uigezien had en waar ik dan ook echt van heb genoten. Eigenlijk hoort hier een grote koude bier bij maar die heb ik maar in de koelkast laten staan, ik wilde van de gelegenheid gebruik maken om in de middag toch nog een paar honderd kilometer door te rijden. Mijn doel was om voor het donker nog zo’n 300 kilometer te maken, dan zou ik precies op de helft tussen Trujillo en Lima zitten.


Dat is gelukt, morgen nog maar 278 naar Lima. Overmorgen op weg naar Cusco!!!!!!!

dinsdag 24 januari 2012

Noord Peru

De rit van vandaag gaf veel afwisseling: kale woestijn zonder begroeting, woestijn met wat dorre en dode struiken, woestijn met aardig wat groene struiken en woestijn met irrigatie en daarmee grote landbouwprojecten. Ik had de rit al eens eerder gedaan, twee jaar geleden in de bus. Ik kon me echter niet herinneren dat er zoveel armoede langs de kant van de weg was. Enorm veel kleine arme hutjes waarin mensen wonen die van de geiten en het huisvuil leken te leven. Dat was tenminste het enige dat ik naast de dorre en dode struiken kon bespeuren. Af en toe zag ik iemand met een karretje sprokkelhout voorbij komen en soms zag je ook iemand met een hoopje sprokkelhout langs de kant van de weg zitten.


Het huisvuil was me op de heenweg al opgevallen, we reden toen een andere route maar door een vergelijkbaar landschap. Ongelooflijk! Van alle landen die we tijdens de Volvo Tour bezocht hebben, was er niet één land waar men zo slordig met het huisafval omspringt al in Peru! Het lijkt er op dat hele vuilniswagens vol gewoon langs de kant van de weg leeg gekieperd worden waarna de wind vrij spel heeft. Plastic, papier en zelfs vodden worden honderden meters weggeblazen om ergens in de takken van een boom of struik te blijven hangen. Het was veel deelnemers van de tour opgevallen en ik kreeg heel vaak de vraag waarom men op deze manier met het huisvuil omspringt. Ik heb geen idee. Ik heb altijd gezegd dat Peru geen afvalprobleem kent, althans, dat men er in Peru geen probleem van maakt en alles gewoon overal neergooit. Een studie waard zou je zeggen!
Hutjes, meer is het niet waar mensen langs de kant van de weg in wonen. Nog een studie waard. Hoe, wat, waar komen deze mensen vandaan en waarom wonen ze hier? Waar leven ze überhaupt van?
Ik zag een Pronoei (kleuterdagopvang), mijn God wat een keet. Ik schaam me haast vanwege de prachtige gebouwen die wij in de inheemse berggemeenschappen voor de Pronoeis bouwen (ondertussen meer dan 100!). Nou ja, schaamte is daarbij niet op zijn plaats. Maar er is nog heel veel meer te doen in Peru, dat werd mij vandaag wel duidelijk.

Goodnight Peru!

maandag 23 januari 2012

De auto ziet er weer een beetje aantoonbaar uit.

In Cartagena heb ik alle spullen die ik van de deelnemers kreeg achter in de auto gepropt.  Ik kreeg de spullen beetje bij beetje en zo werd ook de auto geladen. Tot ik er zelf nauwelijks meer bij in kon.
Het blijft onvoorstelbaar dat ik bij geen enkele grensovergang spullen uit heb hoeven pakken.  Tegelijk ben ik daar heel blij mee. Ik heb een kapitaal aan allerlei medicijnen bij me. Ik heb zelf geen idee wat er allemaal tussen zit, dat mogen de collega’s straks in Cusco lekker uitzoeken. Ik heb medische apparatuur gekregen, vraag me niet wat, het zit in een afgesloten koffer en het sleuteltje zit in mijn koffer. Het schijnt duur te zijn. Dat mag men straks in het ziekenhuis in Cusco rustig gaan bekijken.  Verder heb ik erg veel kleren, tenten, luchtmatrassen, een campingsetje, dozen met Cup a Soup en weet ik wat nog allemaal. Ik heb vandaag geprobeerd om de auto wat beter in te pakken, dat is me gelukt maar ik heb niet de moeite genomen om even na te kijken wat er allemaal in dozen, tassen en zakken zit.   Dat zien we straks in Cusco wel. De achterbak is bomvol. Ik ben blij dat ik voor de reis de achterste bank (3e rij) er uit heb gehaald zodat ik meer laadruimte zou hebben. De achterbank is nu tenminste beschikbaar voor mijn eigen bagage. Die propte ik normaal gesproken tussen de andere spullen.


Geordend en wel vertrek ik morgen naar Trujillo waar de auto de beurt krijgt waar hij al lang op heeft zitten wachten. De voorruit zal ook vervangen moeten worden, in Argentinië is er een ster in de ruit gekomen en die heeft het netjes tot hier uitgehouden, vanochtend zag ik echter dat de barstjes uitlopen. Ik hoop dat ie het tot Cusco volhoudt, dan mag Corasur (onze sponsor) daar werk van maken. 

Vanochtend uitgebreid gesproken met Nayruth, directeur van HoPe Peru. Cusco komt dichterbij en daarmee het werk ook. Vandaag over een week zit ik weer achter mijn bureau!

zondag 22 januari 2012

Terug in Peru

Terug in Peru, hoera !  Boeeeeeh!

Vandaag heb ik voorlopig de laatste grensovergang met de auto gedaan, ik ben terug in Peru.
Grensovergangen blijven spannend. Bij het binnenkomen van Ecuador, vanuit Peru,  had ik van de Ecuatoriaanse douane een visum gekregen voor de Peruaanse auto waarin ik rijd. Het document geeft toestemming om gedurende een maand meet de auto in Ecuador te blijven. Bij het uitgaan naar Colombia was het echter al als uitgaand afgestempeld. De dienstdoende douanier had geen idee wat hij er mee aan moest, stempelde het document af en gaf het me terug. Bij het binnenkomen van Ecuador vanuit Colombia wist men opnieuw niet hoe hier mee om te gaan. De dienstdoende commandant keek er naar en zei dat de toestemming nog tot 4 februari geldig was en dat ik verder niets nodig had.
Vandaag aan de grens kreeg ik echter te horen dat ik bij het binnenkomen vanuit Colombia een nieuw document had moeten krijgen. Ik verwachte allerlei moeilijkdoenerij maar het enige dat de commandant hier zei was dat het niet mijn fout was maar die van de douanier bij de grens met Colombia. Hij nam het formulier in ontvangst en zei dat ik door mocht. Dingen veranderen, Zuid Amerika verandert. Voorheen zou hier een giga probleem van gemaakt worden, het zou uren oponthoud betekenen of zelfs erger. In 2012 niet meer, :”Het is niet uw fout, rijft u maar door!”. Geweldig, Zuid Amerika anno 2012!

Ik had vijf uur gereden vanuit Cuenca, ik had de bergen achter me gelaten en was van 3300 meter hoogte afgedaald naar zeeniveau. Ik was door kilometerslange bananenplantages gereden, een vreemd gezicht, alle trossen groeien in plastic zakken. Over het nut ervan gaan op internet verschillende verhalen rond. Ik weet niet wat waar is maar ze hangen er wel.

Aan de kant van de weg worden in stalletjes bananen te koop aangeboden. Niet zomaar bananen maar enorm veel verschillend soorten bananen. Nooit geweten dat er zoveel verschillende soorten bananen bestaan.
 
In Ecuador is het moeilijk verdwalen. Alles wordt erg goed aangegeven. Ook de grensovergang naar Peru werd zo’n 50 kilometer voor de grens al op grote borden aangegeven. Het was dus gewoon zaak om deze borden te volgen en dat deed ik dus ook keurig. Ik reed – nagenoeg alleen -  op een grote vierbaansweg en. Nou ja, het was zondag en misschien is er dan niet zoveel grensverkeer. Toch had ik mijn twijfels, de grensovergang op deze plaats staat bekend als een rommelige en zelfs gevaarlijke plek. Gevaarlijk in de zin van diefstal.  Ik reed onder een bord door waar met grote letters “Bedankt voor uw bezoek aan Ecuador” op stond en even verder reed ik opnieuw onder een bord door waarop stond “Welkom in Peru”. Nou dat ging soepeltjes, geen grens gezien en ik was er al overheen!

Tot ik bij een plek kwam waar beide rijstroken geblokkeerd waren . Er stonden een paar politieagenten bij. Ik draaide mijn raampje omlaag en mij werd gevraagd of ik de grensformaliteiten aan de Ecuatoriaanse grens al had afgehandeld.
Nee, en ik heb ook geen grens gezien. Wel, onderweg was ik langs een groot gebouw gekomen dat aan de linkerkant van de weg stond, dat was de Ecuatoriaanse paspoortcontrole. Een aantal kilometers daarvoor was ik langs een hokje gereden, ook aan de linkerkant van de weg, waar ik het formulier van de auto af had moeten geven. Ik had niets en niemand gezien.
Ik draaide om en reed terug naar Ecuador. Ik stopte bij het nieuwe grote gebouw dat ik op de heenweg had zien staan en waarvan ik op dat moment niet uit kon maken of het een melkfabriek of een crematorium was. Ik reed het terrein op waar ik werd opgewacht door een gewichtige man die het kenteken van mijn auto noteerde en naar mijn naam vroeg. Dat schreef hij in een keer op! Ik werd doorverwezen naar een gebouwtje waar twee politiemannen op de stoep zaten. Ik vroeg naar de migratiedienst en ze wezen naar binnen. Er was helemaal  niemand. Ik riep en er kwam een man van achteren aangelopen, zijn mond met een zakdoek schoonvegende. Ik had hem blijkbaar gestoord in zijn lunch.
Ik vertelde dat ik Ecuador uit wilde en vroeg of hij mij kon helpen. Wel, hij zou graag willen maar het computersysteem werkte niet. Dat zou zeker een paar uur gaan duren. Ik zou naar de oude grensovergang moeten waar zo’n 400 man in de rij zou staan te wachten, ook daar zou geen systeem zijn. Hij kon me wel helpen, zei hij. Ik kreeg een papiertje waarop ik mijn gegevens op in moest vullen en ik dacht dat hij me, ondanks het gebrek aan computersysteem, toch een uitreisvisum zou geven.  Mooi niet dus, hij controleerde de gegevens op mijn papiertje met de gegevens in mijn paspoort, zette er een krabbel op en gaf het aan mij terug. Ik kon nu direct naar de andere grensovergang waar al 400 man stond te wachten maar ik hoefde geen papiertje meer in te vullen, dat had ik al gedaan! Bedankt voor uw hulp!
Ik reed verder terug en kwam bij een tent langs de kant van de weg waar ik het papiertje van de auto af moest geven, het verhaal is bekend.

Ik draaide opnieuw op de grote weg, de paspoortcontrole was in een dorp waar ik al langs was gereden. Ik reed het gehucht binnen en stuitte op een houten barrak waar een paar mensen voor in de rij stonden. Dat moest de migratiedienst zijn. In sloot aan in de rij en 10 minuten later had ik mijn uitreisvisum voor Ecuador.
Ik had geen rij van 400 mensen zien staan, er waren hooguit 10 mensen voor mij geweest.
Bij binnenkomst in Peru kon ik naar eer en geweten vertellen dat ik mijn documentenplicht aan de Ecuatoriaanse klant had vervuld. Ik mocht doorrijden en ook aan de Peruaanse kant stond een melkfabriek annex crematorium, exact het zelfde bouwwerk als in Ecuador. De dienstdoende agent stuurde mij echter naar een keet aan de overkant van de weg. Daar stonden twee mensen voor het loket. Toen ik aan de beurt was werd ik op allervriendelijkste manier behandeld. “Nederlander, oh dan kent u Velp ook wel. Ik heb daar gewoond want ik heb een relatie gehad met een Nederlander uit die plaats”. Oh, interessant. Als ruil heb ik een handvol Wilhelmina pepermuntjes achtergelaten. Ik vroeg nog even hoe het zat met de melkfabriek annex crematorium en de jonge dame vertelde me dat alles klaar was voor gebruik maar dat er onenigheid was over de betaling van de kosten. Nou ja, daar komen ze op den duur ook wel weer uit en dan zullen deze hele nieuwe en prachtige  installaties aan beide kanten van de grens ook gebruikt worden. Hoe dan ook,  ik was Peru weer in en had nog steeds geen 400 man in een rij zien staan. En tot op heden is het mij ook niet duidelijk waar al die personen, bussen vol, die dagelijks de gevaarlijke grens tussen Ecuador en Peru oversteken,  waren gebleven. Het leek een beetje een surrealistische roman, een verhaal dat Johan Daisne of Jos Vanderloo geschreven zou kunnen hebben. Mijn grensovergang was compleet onwerkelijk. Maar ik heb wel een stempel in mijn paspoort, en daar gaat het om.

Ondertussen heeft de FARC een radarsysteem voor de luchtvaart in zuid Colombia opgeblazen. Precies in de streek waar ik vorige week doorheen ben gereden. Maar dat zal ook wel weer een surrealistisch verhaal zijn.
Morgen neem ik en rustdag ik ga aan het strand in noord Peru mijn stapels aan achterstallige e-mails wegwerken. 

zaterdag 21 januari 2012

Ibarra – Cuenca

Ibarra – Cuenca

Volgens goolge maps was de afstand 557 kilometer en zou ik er 7 uur en 20 minuten over rijden.
Ik had de nacht doorgebracht in een oude haciënda in het noorden van Ecuador, een beetje Efteling gevoel. Ik had een soort hemelbed zonder hemel, maar wel met een dikke zachte matras met een dik dekbed en een sprookjes sprei. Volgens mij een afdankertje van de prinses op de erwt.
Ik had mijn wekker niet gezet en werd pas om 8 uur wakker van een paar Fransen, die net voor mijn slaapkamerraam zaten te ontbijten.  Ik riep om Sint Jores om de draken voor mijn raam weg te halen maar helaas was ik de enige die een Eftelinggevoel bij het gebeuren had gekregen, Sint Joris kwam niet en de draken bleven bonjouren.

Het was bijna tien uur voor ik mijn sprookjesontbijt achter de kiezen had en de beloofde foto’s aan Riky op Yousendit stonden. Het was later dan gepland maar de entree van de Efteling is niet goedkoop en dan wil je daar ook optimaal van genieten, toch?

De rit van Ibarra naar Cuenca duurde veel langer dan verwacht. In totaal deed ik er 11 uur over. Hiervan reed ik 6 uur in de stromende regen, twee uur in een dikke mist, twee uur in het pikke donker én in een dikke mist en een uur gewoon in het pikke donker.

Verkeerde planning, Ik kwam halverwege vlak langs het plaatsje Baños, een bekend toeristenoord in Ecuador. Ik ben er 13 jaar geleden vlak in de buurt geweest met een bijeenkomst van het toenmalige CMC, tegenwoordig “Mensen met een Missie”. Baños ligt in een prachtige vallei en eigenlijk had ik het stuur daar gewoon om moeten gooien en een dagje gaan genieten van …. whatever.
Ik heb genoten van de rit, Ecuador is gewoon mooi maar het fototoestel bleef vandaag in de tas. Ik merk echter dat de drang om kilometers te maken nog in het bloed zit. De Volvo tour heeft heel veel kilometer gemaakt, 16 duizend in totaal. We hebben veel gereden maar we zijn ook aan veel mooie dingen voorbij gereden, simpelweg omdat de planning het niet toeliet om naast de ingeplande uitstapjes, ook nog andere dingen leuke te doen.

Ik ben nu weer aan de terugrace begonnen. Moest ik niet doen. Of ik nu één dag eerder of later in Cusco aankom, de berg werk die op mij ligt te wachten zal daar niet meer of minder om worden. Ik denk dat ik er beter voor kan zorgen dat ik ook een beetje uitgerust in Cusco aankom.
Ik heb nog zo’n 2.500 kilometer te gaan voor ik thuis ben. Ik heb er 22.000 opzitten dus één vakantiedagje ergens onderweg zou geen overbodige luxe zijn.
Ok, morgen de grens over. De laatste, terug naar Peru. Terug naar huis! 

vrijdag 20 januari 2012

Zelfs grensovergangen .......

Vroeger waren grensovergangen nog leuk

Zelfs het uitgaan van Colombia stelde niets voor. Ik ging naar de douane waar ik het formulier af moest geven dat ik anderhalve week geleden had gekregen bij het binnenkomen van het land. Het was een toestemming om met een buitenlandse auto Colombia binnen te mogen komen. Een formulier waarop alle gegevens van de auto, inclusief nummer van de motor en het chassis genoteerd werden.
De auto hangt achterover van alle spullen die ik mee terug neem. Ik heb van de Volvoërs tenten,  kleding, medicijnen en weet ik wat nog meer gekregen om mee terug te nemen naar Peru.  Ik heb de tijd niet gehad of genomen om alles na te kijken, ik heb de boel ontvangen en de auto volgeladen. Hij hangt echt achterover van het gewicht.
Mijn grootste zorg was echter de grens van Colombia met Ecuador. Ik had op zijn minst verwacht dat de douane de inhoud van dozen en tassen achter in de Toyota toch wel graag even wilde zien. Niets van dat alles. Ik kwam met het formulier aanzetten en kreeg niet eens de gelegenheid om iets te zeggen. De Douanier nam het formulier in beslag en zei: “Dank u, dat is alles!” Ik wilde nog zeggen: “Hoezo, is dat alles, moet ik daar mijn blog mee vullen?”. Maar ik was te verbaasd, ik kreeg er geen woord uit. Daar stond ik dan, Colombia uit zonder grondige controle van alle smokkelwaar, zonder stoere verhalen voor de achterban. Ik had me voorgenomen om reisboeken met spannende verhalen te gaan schrijven maar zo is er natuurlijk niets meer aan.
De  Ecuatoriaanse douane deed ook al niet mee. Terwijl auto’s van grenspasserende Colombianen en Ecuatorianen zeer grondig onderzocht werden mocht ik gewoon doorrijden. “Goede reis”en dat was het. Zelfs België binnenrijden is spannender!
Maar gelukkig had ik de bekeuring nog. Die had ik drie dagen tevoren net voor Medellin gekregen maar ik had nog steeds niet de gelegenheid gehad om hem te betalen. De beambten hadden hem nog niet in het systeem ingevoerd. Vanuit Medellin heb ik een officiële aanvraag voor opname in het systeem ingediend. Er moest toch iets op mijn blog komen voor de 20e januari, dan maar desnoods een te betalen bekeuring.
Het kantoor van de verkeerspolitie in Pasto ging om 8 uur open en ik stond netjes om 5 voor 8 voor de deur. Het leek mij beter om de bekeuring te betalen voor ik bij de grens zou komen. Stel men zou daar in het computersysteem zien dat ik nog een bekeuring schuldig was en ik zou het land niet uitmogen.  Ik zou de drie uur naar Pasto terug moeten rijden om alsnog de bekeuring te betalen voor ik de grens over mocht. Of erger.
Colombianen zijn erg vriendelijke mensen, ook de ambtenaren op het kantoor van de verkeerspolitie waren erg aardig en behulpzaam. Ik werd naar de overkant van de weg verwezen waar ik 50% korting op mijn bekeuring zou krijgen. 50% van 250 dollar is altijd de moeite waard om even de drukke weg over te steken, dacht ik. Aan de overkant bleek ik deel te moeten nemen aan een twee uur durende cursus over verkeersveiligheid.  Dat ging me te ver maar niet ver genoeg om 125 dollar te laten schieten dus ik bond in. Ik kreeg een factuur die ik aan de overkant van de weg in de bank moest gaan betalen, 35 dollar! Ok, laten we het spel meespelen en in naar de overkant waar ik die ochtend al eerder was geweest. Na het betalen van de 35 dollar ging ik weer naar de overkant waar ik nu echt deel moest nemen aan de cursus verkeerveiligheid. Zielig doen hielp niet en ook mijn uitleg dat ik de cursus niet zou begrijpen maakte geen indruk, misschien was mijn Spaans daar te goed voor.  Maar de dames waren erg vriendelijk en legden mij uit dat zij mijn gegevens pas om 10 uur in het computersysteem in konden voeren, dat het systeem geen data accepteerde voor de cursus af was. Zelfs hier is over nagedacht! Ik ging zitten in een kamertje met een stuk of 30 Colombianen, allen mannen.
Het was oninteressant, er werden allemaal dingen verteld ik al wist of niet wilde weten. Het werd pas interessant toen ik mij bedacht dat er vast niet zoveel Nederlanders zijn die in Colombia een verplichte cursus verkeerveiligheid moeten volgen omdat ze over een doorgetrokken gele streep zijn gereden. Dat maakte het weer interessant en ik begon alles met andere ogen te zien.  Zelfs een saaie grensovergang later op  de dag zou deze dag niet meer stuk kunnen maken.
Ik maakte mijn cursus af en ging met een papiertje van goed gedrag terug naar de overkant waar ik nog een hele stapel formulieren doormoest. Iedereen was erg behulpzaam. Het is ook vast niet normaal dat in een doods grensstadje als Pasto een Nederlander de complete bureaucratie doormoet om een bekeuring te betalen. Het werd haast hilarisch, iedereen bemoeide zich er mee en het had weinig gescheeld of men had zelfs mijn bekeuring nog betaald.
Ik kreeg uiteindelijk een papiertje waarmee ik naar een bank, een andere bank, midden in de stad, kon om mijn bekeuring te betalen. Nadat ik zeker acht banken af had gelopen voor ik een geldautomaat had gevonden die wel positief op mijn Rabobank wereldpas reageerde, kon ik met goed gevoel op de balie afstappen om mijn felbegeerde bekeuring te betalen. Ik kreeg mijn betalingsbewijs waar ik gegarandeerd het land mee uit zou kunnen komen. Een papiertje dat ik nu in kan lijsten, er heeft nooit iemand naar gevraagd, er werd nergens naar gekeken, om een openstaande dan wel betaalde bekeuring werd niet gemaald.  Goed, waarschijnlijk ben ik nog steeds de enige, of in ieder geval een van de weinige Nederlanders die samen met 30 Colombianen een verplichte cursus verkeersveiligheid heeft moeten volgen. En ik had toch iets voor mijn blog.
Lekker slapen op een oude haciënda in Ecuador.







donderdag 19 januari 2012

Colombia

Colombia

Mijn laatste avond in Colombia. Colombia is mooi, erg mooi. De mensen zijn vriendelijk, super vriendelijk. Waar komt dan toch dat stuk ongenoegen, die kriebel in de onderbuik vandaan? Waarom ben ik dan toch blij dat ik morgen de grens met Ecuador weer over ga?
De slogan van Colombia, ik heb het al eerder vermeld, is: “Het enige gevaar dat je in Colombia overkomt, is dat je er niet meer weg wilt als je er eenmaal geweest bent”.  Een overtuigende slogan die niet helemaal uit de lucht is gegrepen, Colombia grijpt je aan, het land, de mensen, de mensen, het land, alles in één. Van alle zes landen die we met de Volvo Classics bezocht hebben, kent Colombia veruit de meest vriendelijke en aardige bevolking. Voor mij is daar geen twijfel over mogelijk.


Maar toch! Toch zijn er tekenen en momenten waarop je je afvraagt waarom zo’n slogan nodig is. Waarom een slogan, die mensen van buiten naar het land moet trekken, die gebaseerd is op gevaar?
Het tijdschrift Internationale Samenwerking gaf daar ik oktober 2011 al antwoord op. Zij plaatste een fotoreportage van een Nederlandse fotograaf die de Panamericana langs reisde, net als wij met de Volvo. Over Colombia schreef hij dat de bevolking langs de Panamericana wegtrekt omdat zij erg veel last hebben van de terroristen. We hebben het gezien, de ene boerderij na de andere staat te koop!
Meerdere Colombianen vroegen ons of we wel wisten waar we mee bezig waren, het was een gevaarlijke streek waar we doorheen reden.  Op de terugweg vandaag had ik me voorbereid op een grote hoeveelheid politie en militairen die langs de weg van Cali naar Pasto zouden staan, net als een week geleden toen we met 85 auto’s de routen in omgekeerde volgorde reden. Niets van dat alles! Een enkele politieagenten en een paar militairen bij een brug, dat was alles. Vreemd, vorige week was er volop beveiliging, nu niet. Was dat misschien extra geregeld voor de Volvo tour? Had men extra beveiliging en bewaking langs de weg gezet? Zo ja, hadden ze dan niet even door kunnen geven dat Walter Meekes vandaag weer langs zou komen en ook graag veilig naar Ecuador terug wilde keren?

Ik weet het niet. Ik heb me op sommige momenten en in sommige situaties onbehaaglijk gevoeld maar dat zou je ook doen als je middernacht door de Bijlmer zou rijden terwijl je er van uitging dat je afslag naar de Dam had genomen. Ik heb genoten van de grote mate van oprechte vriendelijkheid waarmee de Colombianen je te woord staan en je helpen als je ergens om vraagt.  Een jongen die vandaag voor mijn auto uitrende om me het hotel te wijzen waar ik wilde zijn. Hij sloeg mijn aanbod hem hiervoor te betalen af, het was haast een belediging dat ik hem voor deze dienst wilde betalen!

Vanavond slaap in in Pasto. Een stad waar ik ruim een week geleden om 22.00 uur ’s avonds binnen  reed en de volgende ochtend om 6 uur weer vertrok. Ik heb toen alleen rolluiken voor de ramen en zandzakken voor de deuren gezien. Het was een onheilspellend gebeuren, doods, beangstigend en toen men in het hotel onze Volvo mensen aanraadde de drie blokken naar een geldautomaat met de taxi te gaan, was de stempel helemaal gezet. Vandaag kwam ik om 15.00 uur aan en de rolluiken waren nog omhoog, het stadje leefde zowaar, er waren mensen, gewone mensen die over straat liepen en winkel in winkel uit slenterden, net een echt stad.  Colombia heft mij verward maar heeft ook een stukje van mijn hart gestolen. Ik denk dat ik mijn volgende vakantie naar Terschelling opoffer om nog eens terug te keren naar Colombia en wat meer van het land te leren kennen. 

woensdag 18 januari 2012

woensdag 18 januari 2012

Vandaag 2 uur later vetrokken dan gepland. Ik wilde eerst de bekeuring van gisteren betalen en kon daarvoor niet eerder dan om 8 uur terecht op  het kantoor van de wegenpolitie. Daar eenmaal aangekomen bleek mijn bekeuring nog niet opgenomen te zijn in het computersysteem en  kon ik dus ook nog niet betalen.
Ik kon via de internet een aanvraag indienen voor versnelling van de procedure. Dat heb ik gedaan maar achteraf heft dat ook nog niet geholpen,  het is nu 22.00 uur en ondanks het feit dat men beloofde mijn bekeuring binnen 4 uur na mijn aanvraag in te zullen voeren is dat nog steeds niet gebeurd.  
Mijn enige zorg is dat ik niet straks bij de grens sta en dat ik het land niet uit mag vanwege een onbetaalde bekeuring. Ach, daar zijn ook weer uitwegen voor, het blijft Oost Europa!


De rit van vandaag was een bekende route, eerst drie uur stijgen, dalen en klimmen. Meer bochten dan dat een gezond autostuur aan zou kunnen maar we hebben het weer gered. De laatste 200 kilometer had ik goede weg, regelmatig vier baans, op de meest onmogelijke en onverwachte momenten echter weer afgewisseld met eens tuk tweebaans weg.
Ik begin er aan te wennen en ik geloof waarachtig dat ik Colombia leuk begin te vinden. De mensen zijn erg aardig, de natuur is schitterend en de Farc houdt zich tot op heden afzijdig.  Misschien dat de felicitatiemail aan Tanja toch resultaat af werpt.

Oor vanavond had ik een hotelletje gezocht buiten Cali, het leek me geen idee om de grote stad weer in te gaan. Ik kwam terecht in het stadje Palmira op zo’n 30 kilometer van Cali. Een stadje dat op de route ligt die ik morgen weer verder moet gaan en dat me dus een gunstige uitgangspositie zou verlenen. Ik weet niet of het de nog altijd geldende reputatie is van Colombia of dat er toch echt iets in de lucht hing. De mensen leken in een keer minder aardig en ik reed het stadje dan ook door met alle deuren hermetisch afgesloten, net alsof je door bepaalde delen van Utrecht rijdt!

Ik heb opnieuw de taxi truc toegepast. Ik heb een taxi  gestopt en gezegd dat hij me voor moest rijden naar een goed en veilig hotel in de stad. Dat is gebeurd en ik zit lekker en rustig te mailen in een hotel waarvan ik alleen de binnenkant maar hoef te zien. Morgen weer een dag, dan ga ik terug naar Pasto. Overmorgen de grens over naar Ecuador en dan ga ik weer ademhalen!

dinsdag 17 januari 2012

Vandaag had ik drie bijzonder gebeurtenissen:

1.       Ik ging de 20.000 kilometer over, de afstand die ik heb gereden sinds in op 30 november Cusco verliet

2.       Ik heb de auto laten wassen in een subtropische wasstraat

3.       Ik heb mijn eerste bekeuring gekregen, en dan nog niet eens de eerste van de Volvo Classics Panamericana maar ook de eerste van 20 jaar Zuid Amerika. Een boete voor het inhalen in een bocht waar een dubbele ononderbroken streep de beide weghelften van elkaar scheidde.
En  dat op een weggedeelte waar gedurende op zijn minst drie uur lang een ononderbroken streep beide weghelften van elkaar scheidt. Vrachtwagens kruipen tergend langzaam de berg op gaan en die weer hinderlijk langzaam naar beneden rijden. Iedereen haalt in, het is een spel dat iedereen wonderbaarlijk beheerst. Ook tegenliggers houden in wanneer iemand inhaalt op een moment dat het niet zou moeten. Mensen zijn er op ingespeeld en beheersen het spel. De enige spelbreker is de verkeerspolitie die zich aan de regels probeert te houden. O.k., de consequentie is een boete van 250 Amerikaanse dollar. Jammer maar helaas maar het is ook een onderdeel van het spel.


Vanavond in Medellin een klein familiehotelletje opgezocht en morgen ga ik hier in de stad mijn bekeuring betalen.

nb Vanavond ben ik toch nog even langs het huis gereden waar Pablo Escobar in 1993 werd doodgeschoten. Een historische plek!

nb 2 Het hostal heeft een parkeergelegenheid! Voor het eerst dat ik de auto letterlijk in de receptie heb geparkeerd!

maandag 16 januari 2012

Terug naar huis

Terug naar huis. Zes weken heb ik er nu opzitten, 19.600 kilometer had ik gereden van Cusco naar Buenos Aires en via Ushuaia naar Cartagena (om het kort te houden).
Vanochtend ben ik de auto maar weer ingestapt. Ik had natuurlijk een paar dagen in Cartagena kunnen blijven maar ik heb er voor gekozen om maar met de terugweg te beginnen. Dat is alles bij elkaar ook nog eens 4000 kilometer. Op zichzelf is de afstand geen probleem, maar ik heb geen zin om weer van die ellenlange dagen te maken. Ik wil niet nog eens alleen maar rijden, ik wil nu ook iets zien onderweg.
Vandaag heb ik een andere weg terug genomen. Een klein stukje om, maar toch door een compleet ander landschap. Het laatste stuk tot Cartagena was tropisch met veel bomen en bloemen langs de kant van de weg. Vandaag, op het eerste stuk van de terugweg, heb ik een weg door heuvelachtig landschap genomen. Ik kon nergens een goede wegenkaart van Colombia kopen, ik heb me dan ook beperkt tot het noteren van een lange lijst van plaatsjes waar ik doorheen zou moeten rijden.
Het ging op zichzelf heel goed maar toen het kompas maar aan bleef geven dat ik naar het oosten reed terwijl ik toch echt naar het zuiden moest, dacht ik toch even dat er iets niet goed ging. De wegen waren niet meer zo druk als bij het uitgaan van Cartagena, de dorpjes werden steeds kleiner en de afstand tussen deze dorpjes werd steeds groter. Colombia werkt sterk aan het verbeteren van haar reputatie en de huidige slogan is dan ook: “Het enige gevaar in Colombia is dat je er niet meer weg wilt als je er eenmaal bent geweest”. Goeie slogan want het is een schitterend land met prachtige en heel aardige mensen. En zullen waarschijnlijk ook minder aardige mensen zijn maar die was ik nog niet tegengekomen.
Geen verkeer op  de weg betekent ook dat je lekker door kunt rijden, dat was op de heenweg wel anders, toen zat je kilometers achter groter vrachtwagens die niet harder dan 40 of 50 kilometer per uur reden. Lekker doorrijden betekende ook dat ik sneller uit dit eenzame landschap zou komen en ik reed dan ook flink door.  Na drie uur kwam ik weer redelijk in de bewoonde wereld en dat geeft dan toch weer wat rust.
Naar Medellin doorrijden werd me sterk afgeraden, dan zou ik het laatste stuk door het donker moeten en dat is nog steeds niet echt een pretje in Colombia. Ik besloot dan ook maar te overnachten in het stadje Montería. Medellin komt morgen wel en als het lukt rijd ik daar nog een stuk aan voorbij.

Ik had een hotel doorgekregen via een Colombiaanse VVV gids. Van de routebeschrijving klopte echter niet veel,  ik kwam in een buurt terecht waar ik niet moest zijn en waar ik ook niet wílde zijn. Deuren op slot en gauw doorrijden naar een wat prettigere omgeving. Die heb ik gevonden en in een goedkoop hotelletje zit ik nu mijn blog bij te werken. Goedkoop maar met een goede wi-fi verbinding. Het is warm in Montería, toen ik om zeven uur vanavond bij het hotel kwam was het nog 32 graden.  Het grappige is dat de douche in het hotel ook maar één kraan heeft, alleen koud!

zondag 15 januari 2012

We zijn er!

Cartagena

We hebben het gehaald!
De laatste dag – de rit van Medellin naar Cartagena - was lang, eigenlijk te lang. De laatste deelnemers kwamen pas laat in het donker aan. Het was 22.00 uur geweest toen de laatste deelnemers onder luid applaus het hotel binnen kwamen. En dat juist op vrijdag de 13e, wie had dat bedacht?
We hadden het gered, iedereen heeft het gered. Zestienduizend kilometer met 83 auto en 180 personen. Het is een klein wonder dat we er met zo weinig kleerscheuren vanaf zijn gekomen. Een paar gestolen paspoorten, één autoruitje ingetikt, wat kleine blikschade en wat kleine medische probleempjes. Geen auto’s in het ravijn, geen ernstige ongelukken, geen beenbreuken of mensen in het ziekenhuis beland! Niets van dat alles.  Een klein, of misschien zelfs wel een groot wonder.

Het ontvangst in het hotel was kaal. Geen juichende menigte, geen lintjes, geen toespraak. Alleen een diner dat op ons stond te wachten.
Ook ik was laat. De laatste dag reden cameramensen van Veronica met mij mee. We stopten onderweg bij mensen die pech hadden om ook dat door de camera vast te laten leggen. Een kapotte remcilinder, geen ongebruikelijke kwaal op een afdaling van meer dan een uur. Wij belden de technische ploeg en die zat vlak achter ons en zouden het euvel verhelpen. Wij konden doorrijden, de technische jongens zouden het probleem verhelpen maar Veronica had ondertussen wat leuke opnames geschoten van dingetjes die onderweg gebeuren.

Veronica gaat 7 afleveringen maken van de Panamericana. De eerste uitzending is op vrijdag 6 april. Ik denk dat het een leuk programma wordt, zeker voor mensen die op de een of andere manier betrokken zijn bij het hel Volvo Panamericana gebeuren. En dat zijn er ondertussen toch heel veel.
Het hotel in Cartagena was overboekt, ze kwamen kamers voor ons tekort maar dat werd op een creatieve manier opgelost. Ik kreeg de presidentiële suite, een prachtig groot, compleet ingericht appartement. Ik moest hem echter delen met een collega reisbegeleider en met vier jongens van het technisch team. Prachtig gezicht, het hotel had vijf extra bedden op de kamer laten plaatsen, het was net een ziekenhuis met al die witte bedden op een rijtje naast elkaar.

Zaterdag de 14e moesten alle auto’s naar de haven waar zij weer ingescheept worden voor de tocht naar Nederland. Iedereen kwam wel met spullen aanzetten die zij achter wilden laten; kleren, dekens, schoenen, Cup a Soup, speculaasjes, pepermuntjes, slaapzakken. Maar vooral veel medicijnen. De deelnemers hadden op aanraden van de organisatie koffers vol met medicijnen meegenomen. Allemaal spullen die zes weken door heel Zuid Amerika waren gesleept en die men niet nodig heeft gehad of niet meer nodig had. Ik had geen tijd om alles uit te zoeken en heb alles maar in de auto gepropt. Hij zit bomvol en eigenlijk moet ik toch nog eens even kritisch door de spulletjes heen lopen om te kijken of het de moeite wel waard is om alles echt mee naar Cusco te sjouwen.
Voor de avond van de 14 was er een groot feest georganiseerd. We zaten in een openlucht kroeg, la Casa de Cerveza, oftewel het bierhuis. Het was een leuke afsluiting.  Uiteraard werd het technisch team nog even in de schijnwerpers gezet. Een terechte huldiging, de jongens hebben fantastisch werk geleverd. Soms hebben ze hele nachten doorgewerkt om er voor te zorgen dan iedereen de dag er op weer verder kon rijden.

Vandaag mijn spullen bij elkaar pakken en morgen rijden. Nog even een dagje genieten van Cartagena en morgen de terugreis naar Cusco aanvaarden, nog eens 4.000. Als ik thuis ben heb ik in totaal 25.000 kilometer gereden! 

woensdag 11 januari 2012

Cali - Colombia

Woensdag 11 januari

Vandaag reed ik om 6 uur weg van het hotel. Ik was blij dat de zon zijn uiterste beste deed om boven de bergen uit te kijken en dat wij niet weer in het donker hoefden te rijden.
De rit door de stad bevestigde het vermoeden van de dag te voren: het was maar goed dat ik me niet voor de stadstoer had ingeschreven.
De rit van Pasto naar Cali was schitterend. Een en al groen berglandschap, mooie heuvels afgewisseld met ruige en diepe kloven. We bleven stijgen en dalen, we breiden de ene bocht aan de andere en dankten de maagd van de paraplu (ze heet anders maar ik kon haar naam niet onthouden en het leek op regenscherm) dat er op dit tijdstip nog niet veel vrachtauto’s op  de weg waren.  Wij waren als eerste vertrokken en hoefden met niemand rekening te houden. We waren juist als eerste vertrokken met het idee om als eerste in Cali te zijn zodat wij konden kijken of daar alles goed was geregeld. We hadden een rustige weg, soms goed, soms verschrikkelijk slecht maar wel aangenaam. Ik genoot enorm van het uitzicht en moest mijn best doen om de ogen op de weg te houden en niet af en toe eens lekker om me heen te kijken.
Er was veel politie op de weg en af en toe stonden groepjes militairen langs de kant van de weg die allen hun duim naar het langsrijdende verkeer opstaken. Het idee was vast om de chauffeurs en passagiers te laten weten dat alles goed is en dat zij zich nergens zorgen over hoeven te maken. Maar het waren er zoveel die vrolijk hun duim opstaken en een Mcleans smile toonden dat je er juist onrustig van werd en je jezelf afvroeg waar je in godsnaam beland was en wat je nog te wachten staat.
Maar we kwamen zonder problemen in Cali, een prachtige, geordende en schone stad. Het hotel ligt midden in een winkelcentrum waarbij je even het idee krijgt in een tijd- of ruimtemachine gestapt te zijn en dat je plots in een andere wereld terecht gekomen bent. En dat is ook zo. Mooi hotel, luxe kamers en vanuit je slaapkamer kun je alle kanten op, naar het zwembad of naar het luxe warenhuis, naar het fitness centrum of naar de winkel van Beneton of Gucci.

We kregen een welkomstborrel van de Volvo importeur van Colombia en daarbij een prachtige Salsa show. Na het buffet een flesje water op de kamer en mijn huiswerk maken. Ik zou nog zo veel kunnen vertellen maar het is 23.40 uur en om 5 uur gaat de wekker weer af. 

Ecuado – Colombia, 10 januari

Ecuado  – Colombia, 10 januari 

Aanvulling
Maandag 9 januari hadden wij een vrije dag in Quito, een rustig dagje waarop ik de ochtend heb gebruikt om mij administratie bij te werken, een klus waar je op deze dagen gewoonweg niet aan toe komt.
Voor ’s middags was ik uitgenodigd bij Veronica thuis. Zij kwam mij in het hotel ophalen en we reden naar de bovenrand van Quito waar Veronica met Remko woont. Remko was,zoals eerder gezegd, in Nederland. Ik leerde de ouders van Veronica kennen. Haar vader is bewaker van de zendmasten van radio Quito, een belangrijke radiozender in Ecuador.  Lieve en hartelijke mensen. Ik kreeg Ecuatoriaanse ceviche (visschotel) te eten. Ceviche is in Peru een heel bekend visgerecht. In Ecuador maken ze het echter heel anders klaar, hier krijg je veel grote garnalen met een soort tomatensaus, heel anders dan de ceviche in Peru, ik moest er even aan wennen maar na een paar happen is het toch best heel aangenaam.
Het begon flink te onweren en dan moet man en macht in de weer om bij inslag van allerlei noodgrepen uit te voeren. Mijn bezoek werd dan ook plots door dit noodweer afgebroken.
Dinsdag 10 januari reden we op 6 uur weg uit Quito, we wilden vroeg bij de grens zijn om de deelnemers bij eventuele problemen te kunnen ondersteunen. Een wijs besluit maar dat zouden we pas later op de dag ervaren.
Eerst stopten we onderweg nog bij een monument op de evenaar, een van de punten in Ecuador waar de exacte evenaar gemarkeerd is. Samen met nog vier andere deelnemers stopten we bij het monument. Het monument zelf stelde niet veel voor maar het idee om daar op de absolute nullijn te staan en deze met de auto te passeren, was wel aardig.

De volgende stap was in Otavalo, het Pisaq van Ecuador. Otavalo staat bekend om zijn inheemse gemeenschap, in Europa zijn de jongens vaak te vinden als straatmuzikant, veelal onterecht aangezien voor Boliviaanse muzikanten. Otavalo is eens stadje waar de toeristen niet aan voorbij kunnen gaan en wij moesten dan ook even naar het centrale plein waar de dagelijkse markt gehouden wordt. Het eerste dat mij opviel was dat er enorm veel producten verkocht worden die in Cusco en dan vooral in Pisaq ook verkocht worden, dezelfde kleden, de zelfde truien, de zelfde schaakspelen. We waren vroeg en we kregen dan ook direct het grootste verschil tussen Pisaq en Otavalo te zien. In Pisaq rijden de mensen hun koopwaar met eenvoudige handkarren naar de markt. In veel gevallen worden groten pakken door speciale dragers naar de verkoopplek gesjouwd. In Otavalo komen de verkopers met nieuwe 4x4 wagens aanrijden, laden de pakken met verkoopwaar uit en rijden de SUV weer uit het zicht. De mensen uit Otavalo zijn altijd goed handelslui geweest en dat was nu op de makt ook weer heel goed te zien.
We waren rond 12 uur bij de grens. Daar stond al een enorme rij voor het douanekantoor, op zijn minst honderd personen stonden geduldig hun beurt af te wachten.
 Volvo kreeg een voorkeursbehandeling en alle aanwezige deelnemers gaven hun paspoort af zodat dit via en achterdeurtje sneller geregeld kon worden. De voorkeursbehandeling zou echter anders uitpakken. Om de haverklap kregen we – via het zelfde achterdeurtje – pasoorten terug die niet in het systeem stonden. Kort gezegd kwam het er op neer dat deze personen bij binnenkomst in Ecuador wel een stempel in hun paspoort hadden gekregen maar niet waren ingevoerd in het computersysteem van de douane. Raar, om een stempel in je paspoort te kunnen krijgen geef je je paspoort af aan een douane beambte, je gaat er dan vanuit dat hij ook je persoonsgegevens in de computer invoert. Ik kon me dan ook niet voorstellen dat dit werkelijk het probleem was. Na uren gepuzzel en na een aantal telefoontjes naar de grensplaats waar we vier dagen eerder Ecuador binnen waren gekomen, bleek dan ook dat de vork iets anders in de steel zat. Bij het invoeren van de persoonsgegevens in de computer bij deze grens met Colombia werden eerder ingevoerde gegevens door het systeem niet herkend, simpelweg omdat de arme douanebeambte bij binnenkomst een hoop fouten had gemaakt in het overtypen van namen en paspoortnummers. Wat kon je de arme man ook verwijten? Hij had die dag in zijn eentje gedaan wat een heel team normaal gesproken in een maand doet, hij had 180 rare Nederlandse namen in moeten voeren, en dat terwijl hij bij de computerlessen nog in het pakket pre-basic zat.
Het duurde uren voor alle fouten in gegevens via de telefoon gecorrigeerd waren. Ik had geen problemen met mijn pasoort en stond om 1 uur al weer bij de auto. Op het parkeerterrein stonden zeker 60 Nederlandse auto’s die langzaam maar zeker, één voor één weg konden rijden. Ik zocht een kop koffie en vond een groep zeer onguur uitziende jongeren die erg veel belangstelling hadden voor de Nederlandse Volvo’s. Het leken mij geen echte cultuurliefhebbers en ik was bang dat de belangstelling dan ook meer ging naar de inhoud dan naar de Volvo’s zelf. Ik besloot bij de auto’s te blijven en liep een rondje. Bij controle bleek dat een paar auto’s niet afgesloten waren en dat bij andere auto’s een klapraampje open stond waardoor je heel eenvoudig de deur open kon maken.
Het was niet mijn verantwoordelijkheid, we hadden de mensen al vaak gewaarschuwd voor het feit dat zij veel te nonchalant met de auto’s en de spullen omgingen. Tot op heden was er in de hele reis nog maar één auto opengebroken waarbij ook nog eens belangrijke papieren waren gestolen. Op zichzelf mogen we niet klagen, we hadden al 12.000 kilometer met 80 auto’s door Zuid Amerika gereden, zelfs in Europa was de schade waarschijnlijk al hoger geweest. Ik wilde de auto’s echter niet aan het museumpubliek achterlaten en besloot te blijven. Uiteindelijk stonden we hier wel aan de grens van Colombia en dat was voor de meeste mensen toch wel extra spannend. Dat je dan Ecuador ook nog niet uit mag omdat je niet in het systeem staat, omdat je volgens het systeem niet binnen bent gekomen en er daarom ook niet uit mag, tja dan kan ik me voorstellen dat de auto even wordt vergeten. Het waren op zich geweldig aardige jongens, ze bleven maar om mee heen draaien en bleven vriendelijk naar mij glimlachten. Ik glimlachte vriendelijk terug maar deed net of ik hun Spaans niet begreep, zo hielden we de conversatie ten minste duidelijke en konden er geen misverstanden ontstaan.
Ik stond daar te lang, ik begon kramp in mijn kaken te krijgen van het glimlachen. En ik was er nog steeds niet achter of ik in het Ecuatoriaans of in het Columbiaans moest glimlachen. Gelukkig spreken ze in beide landen een soort Spaans zodat ze mij toch begrepen, althans daar leek het op.
Er kwamen steeds meer mensen hun auto ophalen en toen er een hele club aan kwam, die ook nog samen oprijdt heb ik hen gevraagd mijn taak over te nemen. Ik heb hen opgedragen vooral te glimlachen naar de Volvoliefhebbers en ik denk dat ze dat goed gedaan hebben, we zijn uiteindelijk allemaal zonder kleerscheuren de grens over gekomen.
Aan de Colombiaanse kant van de grens ging het heel wat efficiënter en daarmee ook sneller. Toch had het allemaal lang genoeg geduurd om de zon achter de bergen te krijgen. Het was donker toen de laatste deelnemers de grens over gingen.
Ik had van te voren gevraagd hoe lang de rit van de grens naar Pasto zou zijn. In Pasto zouden we overnachten. Volgens de personen die ik gevraagd had moesten we nog zeker drie uur rijden. Toen we de grens over kwamen stond er een bord met “Pasto 84 kilometer”. Ik blij want dat gingen we dus mooi sneller doen. Mooi niet dus, we deden er dik drie uur over. Ik was als laatste gaan rijden. Ik wilde er zeker van zijn dat we niemand bij de grens achter zouden laten. Direct na de grens stond echter een hele colonne Volvo’s op mij te wachten. Niemand voelde zich prettig bij het idee om ’s nachts in het donker Colombia in te rijden. Ik ook niet. Het was een goed idee van de mensen om te wachten en samen het laatste stuk af te leggen. Ik moest voorop. Ik was nog noot in Colombia geweest maar ik werd gezien als een halve Zuid Amerikaan en mocht dus als schietschijf voorop.  Daarbij had ik de mooiste auto en dat gaf hen mooi dekking daar achter mij.
Het werden dik drie uur tot aan Pasto. De weg was vanaf de grens in een keer veel smaller en hing van haarspeldbochten aan elkaar. We reden stapvoets, soms 40 maar soms ook maar 20 kilometer per uur. De weg was vol met grote vrachtauto’s die de bochten en de heuvels niet snel konden nemen. We zaten er achter en bleven er achter. Als ik een vrachtwagen in wilde halen dan moest ik mij bewust zijn van de schare Volvo’s die achter mij reed. Zij moesten ons op de een of andere manier bij kunnen houden of op zijn minst de aansluiting weer snel kunnen maken. We hadden achter de eerste de beste vrachtwagen kunnen blijven hangen maar dan zouden we de nacht in Pasto missen en dat zou jammer zijn. Er was voor de kamer en het eten betaald en we moesten de volgende dag ook weer vroeg op om de rit naar Cali te doen. We gingen dan ook vrachtwagen inhalertje spelen, het leek wel een spelletje, een tikspelletje dat we vroeger deden. Je moest dan een hele sliert van andere kinderen met je meetrekken en niemand mocht loslaten, dan was je af.
Het was tien uur voor we Pasto inreden en toen we bij het hotel aankwamen zag ik pas hoeveel auto’s ik in mijn sleep mee had genomen. Maar goed dat ik dat niet eerder wist! Wat we in het donker van Pasto zagen zag er niet aantrekkelijk uit, een afgeleefd koloniaal stadje. Ik zag meten dat de overnachting in deze plaats niet in het programma was opgenomen vanwege het stedelijk schoon. Om over sociale activiteiten maar helemaal niet te spreken. Een van de deelnemers wilde nog geld pinnen en volgens de receptie van het hotel was dat geen probleem, het was maar drie straatjes verder maar hij moest wel met een taxi gaan en liever ook niet alleen gaan.  Hij zag er wijselijk van af.
We kregen een groot bord met goed eten, een biertje er bij en het bed in. Internet was er niet dus had ik een goede reden.






Colombia

Even een kort berichtje om te laten weten dat we goed zijn aangekomen in de plaats Pasto in Colombia.
Wi-Fi doet het niet dus even vanaf een openbare computer.
De grensovergang van Equador naar Colombia was de meest rommelige die we tot op heden gehad hebben, al met al heb ik er 5 uur over gedaan om Equdaor uit ten gaan en Colombia binnen te komen.

Maar daar ga ik later vandaag meer over vertellen. Het is weer tijd om te gaan rijden!


Tot later!

zondag 8 januari 2012

Zondag 8 januari, Cuenca – Quito

Een rustig dagje van slechts 490 kilometer. Toch weer op tijd opstaan want je weet nooit hoe het onderweg allemaal kan lopen.
De route was erg mooi. We reden door een groen heuvellandschap, eigenlijk een beetje hetzelfde als de dag tevoren. We bleven op hoogte, de hele dag tussen de 2500 en 3300 meter boven zeeniveau.
De meest zuidelijke stadjes waar we doorheen reden waren behoorlijk welvarend. Er stonden grote en vooral ook mooie huizen en er was veel veeteelt, de groene bergweiden zijn een Walhalla voor de koeien die hier grazen, er is volop gras aanwezig. Een heel ander beeld dan de arme magere koeien die ik vaak in Peru zie, koeien die moeten leven van droge stoppels en bijgevoerd worden met vermalen – en toch ook weer – droge maïsstengels.



Fotograaf Thijs reed vandaag weer met mij mee en dat beloofd altijd leuke fotostops. In het stadje Alausi stopten we bij een lokale markt. Op de markt waren veel mensen van inheemse afkomst. Zij droegen kleurige kleding maar ook aan hun fijne gelaatstrekken kon je zien dat zij van inheemse afkomst waren, mooie mensen!
Thijs ging uit zijn dak en maakte veel mooie foto’s waarvan er zeker een aantal in het boek dat over de tour gemaakt gaat worden, geplaatst zullen worden. Ik heb ook een tijdje rondgelopen en geprobeerd een paar mooie plaatjes te maken.
In Quito werd ik langs de kant van de weg opgewacht door Veronica, de vrouw van mijn goede vriend en HoPe vrijwilliger Remko Dalkman. Veronica komt uit Quito en is vorig jaar september met Remko getrouwd. Remko is op dit moment in Nederland en was niet bij het warme onthaal aan de rand van de snelweg. Veronica was met haar moeder en samen nodigden zij mij uit om morgen bij hen te lunchen. Dat ga ik zeker doen.
Het was vier uur toen wij in het hotel aankwamen, het eten zou pas om acht uur opgediend worden. Twee mannen uit de groep wilden graag de stad in en ik wilde wel even mee. Het was 13 jaar geleden dat ik voor het eerst en voor het laatst in Quito was. Ik kon me er weinig van herinneren, ik was destijds voor een bijeenkomst van het CMC in Ecuador en ben toen maar heel even in Quito geweest. In mijn herinneringen was Quito toen een levendige stad, te vergelijken met Cusco.  
Het beeld dat ik vandaag kreeg was wel even wat anders. Het was een regenachtige dag en we reden met een taxi naar het stadscentrum. Op het centrale plein waren wat mensen maar niet veel. Wat echter direct opviel was dat alles dicht was, er was geen enkele winkel open, alles was hermetisch afgesloten met rolluiken. Nu was het vandaag zondag en daarmee vast ook een rustdag in Quito maar zo doods als dit kon niet normaal zijn.  Geen restaurantje te vinden.
Er was wel veel politie op straat en ik vroeg aan een agent waarom het zo stil was en waar we een hapje konden eten en een pilsje konden drinken. Voor een hapje konden we terecht in de fast food restaurantjes die wel open waren, een biertje konden we vergeten. In Quito mag op zondag na vier uur ’s middags geen alcohol meer verkocht worden. De taxichauffeur zou ons later vertellen dat deze maatregel genomen was om de hoge criminaliteit, verbonden aan het gebruik van veel alcohol, terug te dringen. Het hele horecagebeuren is sterk aan banden gelegd, het centrum is doods en er valt ook niets meer te stelen want er loopt niemand meer op straat. Een drastische maatregel. Ik zal morgen Veronica en haar familie eens wat meer achtergrondinformatie over deze gang van zaken vragen.