zondag 22 januari 2012

Terug in Peru

Terug in Peru, hoera !  Boeeeeeh!

Vandaag heb ik voorlopig de laatste grensovergang met de auto gedaan, ik ben terug in Peru.
Grensovergangen blijven spannend. Bij het binnenkomen van Ecuador, vanuit Peru,  had ik van de Ecuatoriaanse douane een visum gekregen voor de Peruaanse auto waarin ik rijd. Het document geeft toestemming om gedurende een maand meet de auto in Ecuador te blijven. Bij het uitgaan naar Colombia was het echter al als uitgaand afgestempeld. De dienstdoende douanier had geen idee wat hij er mee aan moest, stempelde het document af en gaf het me terug. Bij het binnenkomen van Ecuador vanuit Colombia wist men opnieuw niet hoe hier mee om te gaan. De dienstdoende commandant keek er naar en zei dat de toestemming nog tot 4 februari geldig was en dat ik verder niets nodig had.
Vandaag aan de grens kreeg ik echter te horen dat ik bij het binnenkomen vanuit Colombia een nieuw document had moeten krijgen. Ik verwachte allerlei moeilijkdoenerij maar het enige dat de commandant hier zei was dat het niet mijn fout was maar die van de douanier bij de grens met Colombia. Hij nam het formulier in ontvangst en zei dat ik door mocht. Dingen veranderen, Zuid Amerika verandert. Voorheen zou hier een giga probleem van gemaakt worden, het zou uren oponthoud betekenen of zelfs erger. In 2012 niet meer, :”Het is niet uw fout, rijft u maar door!”. Geweldig, Zuid Amerika anno 2012!

Ik had vijf uur gereden vanuit Cuenca, ik had de bergen achter me gelaten en was van 3300 meter hoogte afgedaald naar zeeniveau. Ik was door kilometerslange bananenplantages gereden, een vreemd gezicht, alle trossen groeien in plastic zakken. Over het nut ervan gaan op internet verschillende verhalen rond. Ik weet niet wat waar is maar ze hangen er wel.

Aan de kant van de weg worden in stalletjes bananen te koop aangeboden. Niet zomaar bananen maar enorm veel verschillend soorten bananen. Nooit geweten dat er zoveel verschillende soorten bananen bestaan.
 
In Ecuador is het moeilijk verdwalen. Alles wordt erg goed aangegeven. Ook de grensovergang naar Peru werd zo’n 50 kilometer voor de grens al op grote borden aangegeven. Het was dus gewoon zaak om deze borden te volgen en dat deed ik dus ook keurig. Ik reed – nagenoeg alleen -  op een grote vierbaansweg en. Nou ja, het was zondag en misschien is er dan niet zoveel grensverkeer. Toch had ik mijn twijfels, de grensovergang op deze plaats staat bekend als een rommelige en zelfs gevaarlijke plek. Gevaarlijk in de zin van diefstal.  Ik reed onder een bord door waar met grote letters “Bedankt voor uw bezoek aan Ecuador” op stond en even verder reed ik opnieuw onder een bord door waarop stond “Welkom in Peru”. Nou dat ging soepeltjes, geen grens gezien en ik was er al overheen!

Tot ik bij een plek kwam waar beide rijstroken geblokkeerd waren . Er stonden een paar politieagenten bij. Ik draaide mijn raampje omlaag en mij werd gevraagd of ik de grensformaliteiten aan de Ecuatoriaanse grens al had afgehandeld.
Nee, en ik heb ook geen grens gezien. Wel, onderweg was ik langs een groot gebouw gekomen dat aan de linkerkant van de weg stond, dat was de Ecuatoriaanse paspoortcontrole. Een aantal kilometers daarvoor was ik langs een hokje gereden, ook aan de linkerkant van de weg, waar ik het formulier van de auto af had moeten geven. Ik had niets en niemand gezien.
Ik draaide om en reed terug naar Ecuador. Ik stopte bij het nieuwe grote gebouw dat ik op de heenweg had zien staan en waarvan ik op dat moment niet uit kon maken of het een melkfabriek of een crematorium was. Ik reed het terrein op waar ik werd opgewacht door een gewichtige man die het kenteken van mijn auto noteerde en naar mijn naam vroeg. Dat schreef hij in een keer op! Ik werd doorverwezen naar een gebouwtje waar twee politiemannen op de stoep zaten. Ik vroeg naar de migratiedienst en ze wezen naar binnen. Er was helemaal  niemand. Ik riep en er kwam een man van achteren aangelopen, zijn mond met een zakdoek schoonvegende. Ik had hem blijkbaar gestoord in zijn lunch.
Ik vertelde dat ik Ecuador uit wilde en vroeg of hij mij kon helpen. Wel, hij zou graag willen maar het computersysteem werkte niet. Dat zou zeker een paar uur gaan duren. Ik zou naar de oude grensovergang moeten waar zo’n 400 man in de rij zou staan te wachten, ook daar zou geen systeem zijn. Hij kon me wel helpen, zei hij. Ik kreeg een papiertje waarop ik mijn gegevens op in moest vullen en ik dacht dat hij me, ondanks het gebrek aan computersysteem, toch een uitreisvisum zou geven.  Mooi niet dus, hij controleerde de gegevens op mijn papiertje met de gegevens in mijn paspoort, zette er een krabbel op en gaf het aan mij terug. Ik kon nu direct naar de andere grensovergang waar al 400 man stond te wachten maar ik hoefde geen papiertje meer in te vullen, dat had ik al gedaan! Bedankt voor uw hulp!
Ik reed verder terug en kwam bij een tent langs de kant van de weg waar ik het papiertje van de auto af moest geven, het verhaal is bekend.

Ik draaide opnieuw op de grote weg, de paspoortcontrole was in een dorp waar ik al langs was gereden. Ik reed het gehucht binnen en stuitte op een houten barrak waar een paar mensen voor in de rij stonden. Dat moest de migratiedienst zijn. In sloot aan in de rij en 10 minuten later had ik mijn uitreisvisum voor Ecuador.
Ik had geen rij van 400 mensen zien staan, er waren hooguit 10 mensen voor mij geweest.
Bij binnenkomst in Peru kon ik naar eer en geweten vertellen dat ik mijn documentenplicht aan de Ecuatoriaanse klant had vervuld. Ik mocht doorrijden en ook aan de Peruaanse kant stond een melkfabriek annex crematorium, exact het zelfde bouwwerk als in Ecuador. De dienstdoende agent stuurde mij echter naar een keet aan de overkant van de weg. Daar stonden twee mensen voor het loket. Toen ik aan de beurt was werd ik op allervriendelijkste manier behandeld. “Nederlander, oh dan kent u Velp ook wel. Ik heb daar gewoond want ik heb een relatie gehad met een Nederlander uit die plaats”. Oh, interessant. Als ruil heb ik een handvol Wilhelmina pepermuntjes achtergelaten. Ik vroeg nog even hoe het zat met de melkfabriek annex crematorium en de jonge dame vertelde me dat alles klaar was voor gebruik maar dat er onenigheid was over de betaling van de kosten. Nou ja, daar komen ze op den duur ook wel weer uit en dan zullen deze hele nieuwe en prachtige  installaties aan beide kanten van de grens ook gebruikt worden. Hoe dan ook,  ik was Peru weer in en had nog steeds geen 400 man in een rij zien staan. En tot op heden is het mij ook niet duidelijk waar al die personen, bussen vol, die dagelijks de gevaarlijke grens tussen Ecuador en Peru oversteken,  waren gebleven. Het leek een beetje een surrealistische roman, een verhaal dat Johan Daisne of Jos Vanderloo geschreven zou kunnen hebben. Mijn grensovergang was compleet onwerkelijk. Maar ik heb wel een stempel in mijn paspoort, en daar gaat het om.

Ondertussen heeft de FARC een radarsysteem voor de luchtvaart in zuid Colombia opgeblazen. Precies in de streek waar ik vorige week doorheen ben gereden. Maar dat zal ook wel weer een surrealistisch verhaal zijn.
Morgen neem ik en rustdag ik ga aan het strand in noord Peru mijn stapels aan achterstallige e-mails wegwerken. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten