zaterdag 31 december 2011

Vrijdag 30 december (en een stukje vandaag)



Een rustig dagje. Ik  ben ’s ochtends om zes uur uit Puno vertrokken. De Toyota garage in Cusco sponsort onze auto voor deze reis en zij wilden de auto een grote beurt geven voor ik door ga rijden naar Ecuador en Colombia.
We hebben het grootste gedeelte van de reis er op zitten, in ieder geval wat kilometers betreft. Ik heb nu 14.000 kilometer gereden en heb er nog 10.000 te gaan. Dan is het toch fijn om er zeker van te zijn dat de auto in een goede staat verkeert. Vroeg weg dus om op tijd in Cusco te zijn.
De Peruaanse gids en de fotograaf Thijs Heslenveld reden met mij mee. Thijs maakt de foto’s waar straks een mooi boek van gemaakt wordt. Sapa Pana heeft het idee opgevat om een mooi fotoboek van de reis te laten maken. Het boek zal later verkocht worden en de opbrengst is dan voor HoPe. Ik heb heel wat foto’s gezien die Thijs tijdens de reis gemaakt heeft, prachtige foto’s en het belooft dan ook nu al een heel mooi boek te worden.
We waren mooi vroeg en dan is het licht het mooist voor een fotograaf. Vandaar dat Thijs dan ook regelmatig “stop” riep om wat mooie plaatsen te schieten. Mijn beheersing van de Spaanse taal en in sommige gevallen ook het Quechua, komen dan goed van pas. Een kletspraatje met de mensen die Thijs op de foto wil hebben opent vaak deuren.



Onderweg kreeg ik telefoon van een radiostation uit Sicuani, eens stadje waar de Volvo’s later die dag doorheen zouden rijden. De presentator wilde een telefonisch interview dat live de ether in ging. Geen probleem, de auto aan de kant van de weg geparkeerd en de man te woord gestaan. Hij was vooral geïnteresseerd in de opbrengst voor HoPe. HoPe werk in de regio van Sicuani en de mensen kennen onze projecten. Het was dan ook heel leuk om te kunnen vertellen dat de tour geld bijeen brengt voor verbetering van het onderwijs in de regio. Ik hoorde later van de deelnemers dat er in Sicuani heel wat mensen langs de kant van de weg stonden te zwaaien naar de voorbij rijdende Volvo’s.
In Calca werden we opgewacht door Wil Wilts. Wil heeft een kindertehuis in het dorp en stond met een groepje kinderen en een grote Nederlandse vlag langs de kant van de weg. Veel deelnemers zijn toch even gestopt om een praatje te maken met Wil en de kinderen. Een leuk initiatief van Wil.


Ik was om vier uur in Cusco waar ik regelrecht naar de Toyota garage reed. Het bedrijf ligt eigenlijk stil rond oud en nieuw maar ons maakten ze graag een uitzondering. Ik kon de auto achterlaten en de volgende dag weer ophalen.
Toen ik de auto vanochtend (zaterdag) ophaalde was hij keurig gewassen en gepoetst! Morgen, op 1 januari worden we met alle auto’s, rijders en bijrijders ontvangen door de gemeente Cusco. Alle auto’s mogen op het prachtige plein van Cusco geparkeerd worden en de deelnemers worden ontvangen door de burgemeester van Cusco. Ik rijd dan uiteraard mee en Corasur, de Toyota garage die ons sponsort, wil dat de auto schoon en glimmend naast alle oude Volvo’s komt te staan. Groot gelijk!

donderdag 29 december 2011

Alleen

Alleen

Woensdag 28 december heb ik een dagje voor mijzelf gehad. Ik rijd met een Peruaanse auto en de bureaucratie heeft bedacht dat je met een auto met een Peruaans kenteken niet via de ene grensovergang het land uit en via een andere het land weer in mag. Ik heb de route die de groep deze dag  ging rijden in juli voorgereden. De organisatie had bijna de hele route voorgereden behalve het stuk van Arica naar La Paz. Ik heb dat toen gedaan en kreeg bij het uitgaan van Peru het probleem te verwerken dat niemand mij kon vertellen hoe ik Peru zou verlaten via de grensovergang naar Chili om daarna via Bolivia Peru weer binnen te rijden. Het enige dat men wist te vertellen was dat niemand dat doet. Nou ik wel en ik heb het geweten. Bij binnenkomst in Bolivia kreeg ik de wind van voren. Wat ik gedaan had was absoluut onmogelijk. Ik maakte de opmerking dat ik had laten zien dat het zeker wel mogelijk was maar die grap werd niet gewaardeerd. Uiteindelijk mocht ik terug Peru in maar de binnenkomst werd niet geregistreerd terwijl ik bij de grensovergang naar Chili wel als uitgaand in het systeem was opgenomen. We hebben dat later recht kunnen zetten via een brief van de douane in Cusco aan de douane in Tacna, waarin zij aangaven dat de auto weer terug was in Peru.
Ik wilde die hele poespas niet nog een keer meemaken en ook wilde ik problemen voorkomen, ik moet straks ook het land weer uit als we naar Ecuador gaan.
Ik had dit keer extra tijd uitgetrokken voor de grensovergang, ik wilde de papieren goed regelen. Helaas, niemand kon mij helpen en zelfs de hoogste baas werd er bij gehaald om mij te vertellen dat wat ik wilde niet mogelijk was. Als ik in Tacna de grens overging moest ik in Tacna ook weer het land binnen komen. Ik vertelde dat ik een keer eerder de ronde via Bolivia had gedaan waarop hij antwoordde: “Eigen risico!”. Duidelijk.
Ik heb er dus toch maar voor gekozen om de trip naar Bolivia niet mee te doen en Chili te verlaten via de grensovergang waar ik was binnengekomen. Op Goolge maps zag ik dat er een route loopt via de zuidkant van Peru, precies langs de noordgrens van Chili en Bolivia. In afstand was het niet veel langer dan de route die de groep deed. Ik wilde proberen om via die route de grensovergang Desaguadero te nemen en dan in Bolivia weer bij de groep aansluiten.


Ik reed alleen en dat was best even lekker. Gewoon mijn eigen muziek en op mijn eigen volume. Gewoon even alleen met mijn gedachten en mijn overpeinzingen. Lekker.  
De eerste 160 kilometer was bekende weg, ik had deze weg al vaak gereden, voor het eerst 21 jaar gelden met Ashraf.  Het tweede stuk was ook deel van de route die wij destijds met de bus van Ashraf reden. Ik vond het leuk om deze route weer te pakken, ik was hier na 1990 nooit meer geweest. Het was niet te vergelijken. Ik dacht een kop koffie te drinken op het schilderachtige marktpleintje van Moquequa, dat deden we vroeger met de groepen ook. We zetten de bus dan op het centrale plein van het kleine en vooral rustige dorpje. Van klein en rustig was niets meer te vinden en met veel pijn en moeite kon ik de auto nog op het centrale plein krijgen. Van parkeren was geen sprake meer, het hele plein was volgebouwd met hekjes en bloemenperkjes, voor auto’s was er geen plek meer.
De koffie schoot er bij in en ik reed door, de weg op die in mijn herinneringen een van de mooiste van de reizen van toen was. En het was mooi! Het grote verschil was dat ik toen met een bus reed die niet geschikt was voor de zandwegen in de ruige bergen van de Peruaanse Andes. Nu rijd ik in een luxe 4x4 over prachtig geasfalteerde wegen. De charme is er af maar het rijgenot is enorm toegenomen, zeker als je toch een bepaald doel wilt bereiken. De weg steeg naar 4600 meter hoogte. De lucht werd donkerder en donkerder en het was dan ook geen verrassing dat ik op een gegeven moment in een enorme hagelbui reed. Het zich werd minder en de weg gladder, ik schakelde dan ook terug naar drie om langzaam de berg op te rijden. Waarschijnlijk toch niet langzaam genoeg want de auto raakte plots in de slip. De slipcursus die ik ooit nog een had willen doen kwam me nu goed van pas, ik kon de auto met wat kunstgrepen weer recht op de weg krijgen.
Het was voor het eerst in mijn leven dat ik zoiets meemaakte en ik zet er gelijk bij dat ik hoop dit niet nog eens mee te maken, ik schrok me te pletter. Mijn lichaam was de schrik nog aan het verwerken toen ik langs een paar huizen kwam waar ook een plaatselijke restaurantjes gevestigd was. Restaurant is een groot woord en toen ik zag wat het menu was besloot ik het bij een kop koffie te houden. Koffie die ik hard nodig had.
Bij het wegrijden kwam een man op mij afgerend. Ik dacht even aan een overval maar het viel mee, hij had de bus die kort tevoren was langsgereden gemist en wilde graag met mij meerijden.
Ach ja, waarom ook niet. Alleen is ook maar alleen en de eerstvolgende bus zou zeker nog een aantal uren op zich laten wachten. Meneer Leoncio Perez was bouwvakker en kwam uit het gehucht waar ik hem oppikte. De naam, een prachtige naam in de lokale taal het Aymara,  heb ik niet kunnen onthouden. Heeft me uitgebreid verteld over het leven in zijn dorp, een dorp dat zo hoog ligt dat er zelfs geen aardappelen meer groeien. De mensen leven van de verkoop van wol en vlees van lama’s en alpaca’s. Hij vertelde met liefde over zijn dorpsgemeenschap maar toen ik hem vroeg waarom hij dan naar Puno was verhuisd kwam de schaduwzijde van het leven boven de 4500 meter. Het leven op deze hoogte is erg hard maar het grootste probleem voor de mensen is het ontbreken van medische voorzieningen en schoolmogelijkheden voor de kinderen. Ik vertelde hem over stichting HoPe en hij vroeg direct waarom HoPe niet in de Ayamaragebieden van Puno werkt, volgens hem werkt er geen enkele NGO in deze afgelegen gebieden, reden waarom de streken leeglopen.


Een paar honderd kilometer verder begonnen de spieren van mijn oogleden te trillen, reden om te stoppen en de ogen een uurtje helemaal dicht te doen. De vermoeidheid gaat toch toeslaan op zo’n reis. En dan is het net als met de hoogteziekte, niet stoer doen, gewoon toegeven en in dit geval genieten van een heerlijke siësta op 4500 meter hoogte. Ik stopte bij een controlepost waar de bus, die wij ondertussen hadden ingehaald, binnen korte tijd zou stoppen. Meneer Leoncio koos er voor om met de bus verder te gaan want een slapende gringo gaf ook geen zekerheid om voor donker thuis te zijn.


Er was een splitsing, links naar Puno, rechts naar Desaguadero. De volgende dag zou de groep in Puno aankomen maar ik wilde toch nog even assisteren in la Paz, geografisch het hoogste punt in onze reis maar  verkeerstechnisch absoluut het laagtepunt. Puno lokte, het idee gewoon een avond voor mijzelf te hebben, languit voor de buis Studio Sport en Paul Witteman kijken. Maar de plicht riep en ik stuurde toch naar rechts. Op naar Bolivia. Het was vier uur in de middag dat ik in Desaguadero aankwam, de grensplaats waar ik door kon steken naar La Paz Bolivia. Opnieuw een verrassing hier. De groep zou de volgende dag via Copacabana, een andere grensplaats Peru binnen komen en ondanks het feit dat beide grensplaatsen onder Puno vallen kreeg ik geen toestemming om via de ene het land uit en via de andere grenspost het land weer in te komen. Dat had geen zin, ik heb de Toyota gekeerd en Bolivia rechts laten liggen, regelrecht, met een flinke omweg, naar Puno. Ik had bijna 600 kilometer kris kras door de bergen gereden, bijna alleen maar ik heb genoten. ’s Avonds dus toch plat voor de buis! Witteman heb ik gemist. 

woensdag 28 december 2011

Dood(s)

Misschien een rare titel boven een dag van een vakantiereisje maar als ik terugkijk op de dag van 27 december dan is dat toch min of meer de rode draad van de rit van 780 kilometer van San Pedro de Atacama naar Arica.
Het begon op een uur rijden van San Pedro. In Zuid Amerikaanse landen staan langs de wegen honderden kruisen en kleine altaartjes op plaatsen waar mensen zijn verongelukt. In Peru zijn ze veelal klein en vallen ze haast niet op in de natuurlijke bermen langs de weg. In Chili heb ik echter enorme bouwwerken gezien. Men maakt er werk van. Hier is onze dierbare verongelukt en daar willen we bij stilstaan. In sommige gevallen letterlijk bij stilzitten, ik heb prachtige, grote altaren gezien waar echt werk van gemaakt is, een compleet kunstwerk. Ik dacht dat ik het meest bijzondere gezien had toen ik langs de kant van de weg een altaar zag waarbij twee ruime fauteuils geplaatst waren.  Ik dacht zelfs nog dat het bedoeld was voor de familieleden zodat ze af en toe bij de verongelukte konden gaan zitten. Maar van een Chileen kreeg ik de uitleg, dat het bedoeld was voor de dode en voor zijn of haar bezoek.

Maar zoals elke stap een overtreffende trap kent, moesten ook de fauteuils een meerdere erkennen. In de flauwe bocht van de weg die ons van Calama terug naar Rute 5 zou brengen, had men de verongelukte auto bij het altaar geplaatst. Zo iets bizars had ik nog nooit gezien. Ik ben benieuwd naar de beweegreden van de familieleden, vrienden of welke personen dan ook die dit aangrijpend tafereel samengesteld hebben. Had Carlitos erg veel van zijn auto gehouden, wilden ze een voorbeeld aan de andere weggebruikers stellen of zou er nog een andere reden denkbaar zijn waarom men het wrak pontificaal voor het altaar had geparkeerd? Ik weet het niet en zal het waarschijnlijk ook nooit te weten komen.
Een paar honderd kilometer verder, terug op de Ruta 5, kwamen we langs een zeer vreemd kerkhof. Het was een oud kerkhof dat aan zon, weer en wind was overgeleverd. Het had zijn beste en mooiste dagen lang geleden gehad. Het rare was dat bij alle graven de opbouw was gemaakt van houten plankjes die allemaal op dezelfde manier bewerkt waren.  Op ieder graf was een soort houten wieg gebouwd en in één geval stond er een smeedijzeren wieg op een grafje. Er waren nauwelijks namen of aanduidingen te vinden. De weinige gegevens die ik wel kon vinden gaven aan dat het om een kerkhof ging dat in de periode van 1880 tot 1930 gebruikt was. Dat was de periode van de salpeterwinning en de streek waar we doorheen reden was ook de streek waar in die periode op grote schaal salpeter gewonnen is. Het zal een kerkhof geweest zijn van arbeiders uit de mijnen, ik kan me niets anders voorstellen.

Ruta 5 leidde ons door de grote Atacama-woestijn, de droogste ter wereld. Er groeit over honderden kilometers niets, helemaal niets, nog geen grassprietje, nog geen cactus. Doods, enorm doods.


De volgende stop was Humberstone, het mijnwerkersdorpje uit de salpeterindustrie dat ik in 1987 met Carlos Grandez, mijn toenmalige vriend uit Lima en mijn huidige tandarts uit Aalten (maar dat is een ander verhaal) bezocht heb. Destijds was Humberstone ook al geheel verlaten maar stond er een levensgroot bord “Verboden Toegang”voor. Mijn Spaans was toen nog niet zo goed en Carlos was minderjarig dus we gingen wel naar binnen. Spannend, heel spannend. Een spookstadje, zo te zien van het ene op het nadere moment was verlaten. Er lagen nog heel veel dingen waarvan je zou zeggen dat je ze met een verhuizing achter op de ezel zou binden; bedden,  kooktoestellen met potten, bureaus met meters papieren, er stond en lag van alles. Het machinepark stond erbij alsof een beetje olie de boel zo weer aan het draaien zou krijgen. Ik had destijds het idee dat de bewoners even een blokje om waren in de woestijn en zo ieder moment weer voor je konden staan. De sterke wind liet golfplaten klapperen, deuren dichtslaan en complete struiken door de straten vliegen. In mijn herinneringen was een absurd gebeuren. Mooi, heel mooi maar ook vreemd en ook wel een beetje griezelig. Had ik nu maar niet gegaan, mijn prachtige herinneringen zijn totaal aan diggelen. Humberstone is veranderd in een museum dat op de Unesco lijst van het werelderfgoed staat. Alles ziet er minder goed uit dan dat ik ze in mijn herinneringen had opgeslagen. De lemen muren waren op veel plekken heel erg beschadigd en wat nog redelijk muur was, was volgeschilderd met nuttige en nutteloze graffiti.  Tot nuttige graffiti reken ik de muurteksten in de zaaltjes van het oude hospitaal, sommige mensen hebben daar opgeschreven wie daar wanneer geboren is. Of het waar is zal  voor mij onduidelijk blijven maar het geeft wel een extra tintje, zelfs een klein beetje leven aan zo’n doods ziekenhuiskamertje.


Het was mooi om Humberstone na 24 jaar weer te zien. Ik heb foto’s gemaakt maar ze zullen nooit de kracht bezitten van de foto’s die ik in 1987 gemaakt heb. Humberstone was dood en is helaas nu nog veel doodser. 

maandag 26 december 2011

Tweede Kerstdag

Rustig dagje in San Pedro de Atacama.

Een raar gevoel dat ik drie weken geleden ook hier was. In de tussentijd heb ik een groot gedeelte van Zuid Amerika doorgereden. In totaal heb ik nu meer dan 12.000 kilometer gereden sinds ik op 30 november Cusco verliet. Ik heb een rondje gereden, en ik ga nog meer rondjes rijden.
Vandaag de administratie bijgewerkt, genoten van het zwembad, het dorp San Pedro in een half uur vier keer volledig doorgelopen en genoten van een welverdiende siësta.
De parkeerplaats van het hotel was een grote openlucht werkplaats voor oude Volvo’s, Zeker de helft van de groep heeft de vrije dag benut om allerlei kwaaltjes en ook een paar ernstige klachten aan de auto’s te verhelpen. Vandaag was het ook de eerste dag waarop mensen  last kregen van de hoogte. Gisteren zijn we over een 3300 meterhoge pas gereden, San Pedro ligt op 2500 meter hoogte. Dit is nog maar het begin, de grote klap komt overmorgen wanneer we binnen 4 uur vanaf zeeniveau een pas van 4800 meter over zullen gaan. De stijging is erg snel en daar gaan veel mensen last van krijgen. Maar goed, iedereen is goed voorbereid, bijna iedereen heeft een flesje zuurstof in de auto en de beide medische teams die de tour begeleiden hebben ook voldoende zuurstof aan boord om bij noodgevallen te ondersteunen.


Morgen eerst nog even omlaag naar Arica waar we in een prachtig hotel aan het strand zullen verblijven. 

25 december rondje rond


25 december Caldera – San Pedro de Atacama

De Volvo Classics tour is een reis van uitersten. In Santiago hebben we gelogeerd in een erg luxe 5 sterren hotel terwijl we in Caldera terecht kwamen in 5 kleine hostelletjes die allemaal samen nog niet de 5 sterren van Santiago haalden. Opnieuw moest ik de koffers op het bed zetten om doorgang te krijgen tot het toilet. Eenvoudig maar leuk, sfeervol, een hostalletje waar je met de eigenaar aan tafel gaat zitten om verhalen en ervaringen uit te wisselen, zoveel mooier dan de overbodige luxe in Santiago. Caldera is een klein vissersplaatsje waar veel toeristen komen, toeristen die tevreden zijn met een schoon stukje strand, een visje van de barbecue en ’s nachts iets van een dak boven het hoofd.
Het was kerstavond maar de enige plek waar je iets van Kerstmis kon proeven was in de kerk waar om 22.00 uur de mis werd opgedragen. Verder was het een avond als alle andere, warm en rustig, vooral rustig.
De reis van Caldera naar San Pedro was weer een lange maar dit keer iets minder eentonige weg. We reden weer honderden kilometers en vele uren door woestijngebieden langs de kust. Af en toe reden we direct langs de Stille Oceaan waar het beeld werd bepaald door kleine en zeer armoedige vissershuisjes, bestaande uit een paar aan elkaar gespijkerde triplexplaten. Kleine bootjes voor de kust lieten ons zien dat het ging om vissers die dagelijks met hun houten bootjes, sommige met een buitenboordmotor, aderen alleen met een paar roeispanen, de zee op gaan om wat vis te vangen. Vis voor eigen consumptie en als de vangst het toelaat, een beetje voor de verkoop.  Dat het geen vette pot was hoefde niemand ons uit te leggen.
We kwamen door gebieden waar grote buitenlandse maatschappijen de Chileense grond omspitten om de koper naar boven te halen, enorme fabrieken waar de ruwe koper een eerste verwerking ondergaat voor het op de boot naar het buitenland verscheept wordt, verduisteren de horizon met kilometers hoge rookpluimen. Zelfs op de grond weet je niet meer waar je door heen rijdt. Is het mist, is het een zandstorm of wordt ons het uitzicht ontnomen door de neerslag van de aswolken die de enorme fabrieken langs de kant van de weg uitstoten?

We stopten in Chacabuco, een plaatsje waar ik nog nooit van gehoord had. Onze Chileense gids vertelde ons onderweg echter over de geschiedenis van het stadje waarmee hij direct mijn interesse wekte. Chacabuco is een mijnwerkersdorpje uit de 19e eeuw. In die tijd ontgonnen Engelse maatschappijen salpetermijnen in de kuststreek die toen bij Bolivia hoorde. Er werden complete dorpen uit de grond gestampt, vaak met een eigen kerk en ik heb er ook een gezien met een eigen bioscoop. De mijn in Chacabuco heeft tot 1930 gefunctioneerd. Daarna is de mijn gesloten en is het dorp leeggelopen. In 1973 heeft dictator Pinochet weer leven in het dorp gebracht, dit keer echter niet als mijnwerkersplaats maar als concentratiekamp. Gedurende de eerste jaren van het bewind heeft Pinochet hier rond de 2500 politieke gevangen opgesloten. Er zijn verhalen van voormalige kampbewoners van Chacabuco over zeer ernstige martelpraktijken. We reden naar het kamp maar  het was helaas gesloten op Kerstmis en we konden er niet in. Voor de port stond een groot bord waarop de geschiedenis van het dorp uit de tijd van de salpeterwinning beschreven staat. Over de jaren dat het dorp als concentratiekamp gediend heeft werd geen woord gerept.
Een stuk verder stopten we voor een groot monument, een enorm hand die uit het woestijnzand omhoog rijst. Een mooi fotomoment waar dan ook al een aantal oude Volvo voor stond om gefotografeerd te worden.  Jammer dat een kunstwerk als dit ook niet gevrijwaard is van graffiti, het was helemaal ondergekalkt, jammer.
Bij Calama kwam ik weer op bekende weg, ik was daar op 2 december langsgekomen toen ik vanuit het noorden naar San Pedro reed. Vanaf hier ga ik de komende drie weken dus door bekend gebied rijden. Het was deze dag alleen bewolkt en het heeft zelfs even hard geregend, heel raar om zo’n dag in de droogste woestijn van de wereld mee te maken. We hebben sowieso extreme weersomstandigheden tijdens deze reis. Ik Ushuaia, het meest zuidelijke puntje van het continent hadden we de heetste dag van de afgelopen misschien wel 100 jaar. Daar liepen we met 29 graden in ons T-shirtje rond terwijl we in de Atacamawoestijn in een regenbui rondrijden.
Vandaag, 26 december hebben we een vrije dag, lekker aan het zwembad midden in de woestijn. Genieten dus op 2e kerstdag. 

zaterdag 24 december 2011

24 december - Kerstavond

24 december Santiago – Caldera
Gisteren hadden we een vrije dag in Santiago, althans, de deelnemers. Voor de begeleiders van de reis was het extra druk, er moest van alles geregeld worden. Ik had me voorgenomen om de ochtend te werken en de middag te gebruiken om iets van Santiago te leren kennen. Het was voor mij ook de eerste keer dat ik in deze stad was. Van het werken kwam veel terecht, van het verkennen van Santiago in één woord: Niets! Het kwam er gewoon niet van. Om een karavaan van meer dan 80 auto’s en 180 personen op gang te houden moeten er veel dingen geregeld worden en ook GOED geregeld worden. Helaas is dat in Chili niet altijd het geval. De lokale reisorganisatie liet ons af en toe een hoop zaken regelen die zij had moeten doen. maar goed, daar zijn we voor en met ons allen zorgen we  er voor dat de zaken uiteindelijke wel kloppen en dat de Volvo teams organisatorisch een nagenoeg probleemloze reis krijgen.        
Voor de avond waren we met de hele club uitgenodigd door de Volvo Club van Chili. We werden met grote bussen opgehaald en naar een bedrijfsterrein net buiten de stad gereden. Daar staat het automuseum van de stad, een privé collectie van een erg rijke Chileen. De eigenaar verwelkomde ons in het Nederlands, een stukje tekst dat hij via Google of een ander vertaalprogramma had vertaald. Hij wilde het van te voren nog even met mij doornemen om er voor te zorgen dat zijn uitspraak goed zou zijn. De uitspraak was niet het grootste probleem, wat ik leerde is dat je nooit een (semi) officieel stuk door een internetprogramma moet laten vertalen, er komen soms rare dingen uit. Maar goed, hij stond op het punt om zijn toespraak te doen en we hadden geen tijd voor tekstuele veranderingen. We oefenden de uitspraak en daarna mocht hij voor het grote publiek.
Onder het genot van lekkere hapjes en een glaasje bier of wijn kregen we daarna de gelegenheid om zijn autocollectie te bezichtigen. Hij heeft een leuke collectie van echte oldtimers tot auto’s uit de 60ger en 70ger jaren. Leuk om een oude Simca te zien, een model nagenoeg gelijk aan mijn vaders eerste auto in 1964.
Vandaag, 24 december was een rustige dag, opnieuw 870 kilometer over de Panamericana, bij Santiago er op en bij Caldera er af.


Kerstavond in Caldera, midden in de Atacama woestijn. Een raar idee, er is nauwelijks iets dat er op wijst dat het Kerst is. Een paar versieringen aan wat winkelgevels, dat is alles. Morgen gaan we weer om 7 uur rijden, opnieuw een rit van 780 kilometer door de droogste woestijn te wereld. Weinig Kerstgevoel maar wel opnieuw een bijzondere dag. 

vrijdag 23 december 2011

Binnenkomst Santiago

22 december Temuco Santiago

Misschien wel een van de meest saaie ritten van de hele reis. We begonnen vandaag op snelweg no. 5, vanaf ons hotel was het drie straatjes door en we zaten op de snelweg. Ongeveer 10 uur later hadden we 690 kilometer over dezelfde snelweg gereden en konden we er bij Santiago er weer af. Opnieuw een paar blokjes om rijden en we waren weer in het hotel.
De enige afleiding onderweg waren de benzinestations waar we af en toe de kleine tanks van de oude Volvo’s moesten vullen en waar we, om toch wat afleiding te hebben, een aanval deden op de broodjes en koffiebar.
De mooiste onderbreking van snelweg 5 kregen we op veertig kilometer voor Santiago. De Volvoclub van Chili had een ontvangst met een hapje en drankje voor ons geregeld. Frisdrank en kleine borrelhapjes waren feestelijk uitgestald op de parkeerplaats van restaurant Bavaria. De Volvo’s reden één voor één binnen en iedereen kon aanschuiven aan het eenvoudige maar smaakvolle buffet. De leden van de Volvoclub van Chili waren gekomen in hun klassiekers. Het viel op hoe goed de Chileense Volvo’s er uit zagen, als nieuw! Nu scheelt het natuurlijk of je in een Nederlands klimaat rijdt waar vocht en pekel voortdurend aanvallen uitvoeren op het ijzer van de auto’s of dat je je auto in Chili hebt waar het klimaat zo droog is dat een auto eerder gemummificeerd wordt dan dat hij gaat roesten. Daarnaast was het te zien dat de meeste Volvo bezitters ruim meer bezaten dan alleen een oude Volvo. Het straalde er af dat de meerderheid de auto niet zelf hoefde te onderhouden of te poetsen, waarschijnlijk hebben ze daar wel een Peruaantje voor lopen, een jongen die minder verdient dan een Chileen en iemand die niet moeilijk doet over sociale premies en een ziektekostenverzekering.


Het was leuk en de Nederlandse Volvo’s werden bij de binnenkomst in Santiago begeleid door de Chileense collega’s. Wat we hier iedere keer weer meemaken is het feit dat degene die voorop rijdt niet in de gaten heeft dat er mensen achter hem rijden. Ze knallen lekker met veel enthousiasme en grote snelheid het centrum van de grote stad door waarbij ze een groep Nederlandse Volvo’s meesleuren die levensgevaarlijke capriolen uit moeten halen om de Chileense collega bij te houden. Roden stoplichten en toeterende weggebruikers wordt geen aandacht geschonken zodat iedereen de tourleider bij kan houden. Ik vroeg mij al af of dit de meest ideale situatie was om een stad binnen te rijden, ondertussen vragen steeds meer leden van onze groep zich af of wij ons aan dit soort levensbedreigende situaties bloot moeten blijven stellen. 

woensdag 21 december 2011

HoPe opent grenzen.


HoPe opent grenzen.
Dit is een uitspraak van een van de deelnemers van de groep. Vandaag hadden we een korte dag, we hadden slechts 480 kilometer te gaan. We moesten echter weer de grens van Argentinië naar Chili over en dat blijft toch iedere keer spannend. Je weet nooit hoe zoiets gaat verlopen.
Sapa Pana had een prachtige reis uitgezet, een tocht langs zeven meren en door prachtige bossen. In deze rit zat echter ook weer een stuk onverharde weg. Sommige teams hadden daar ondertussen wel genoeg van en kozen er voor om een omweg van ongeveer 60 kilometer te maken waarzij door een minder mooi gebied maar wel over een betere, volledig geasfalteerde weg zouden komen.
Ik reed voorop om als eerste bij de grens te zijn. Daar zou ik een van de Chileense gids die bij ons waren achterlaten om de mensen te helpen bij de grensformaliteiten. Ook wij hadden de keuze en kozen voor de mooie route. Het was inderdaad een prachtige route, ik weet dat we te vaak vergelijken maar ik kon het vandaag niet laten om te denken aan de plaatsjes van de Milka Chocolade, bergweiden, meren en bossen. Erg mooi.
We waren vroeg en kwamen zonder enig probleem de grens over en na een flinke lunch in Pucón kwamen we ook weer op tijd aan in Temuco, een rustig dagje waarop niets verkeerd zou kunnen gaan, zou je denken.
Omdat ik ’s nachts vaak slaaptijd te kort kom, wilde ik een middagdutje doen in het hotel. Ik lag nog geen drie minuten toen de telefoon ging en de receptionist vroeg of ik beneden wilde komen, er waren wat probleempjes. Ik ging direct naar beneden waar mijn Chileense collega vertelde dat de grote groep vast zat in Argentinië. Op de weg waar wij die dag nog rustig overheen waren gekomen had de lokalen indiaanse gemeenschap de weg geblokkeerd, er zouden zeker 50 Volvo teams vastzitten door de blokkade.  Wat er precies aan de hand was kon niemand mij vertellen, een fenomeen waar ik ondertussen aangewend ben. Er worden in Peru ook vaak stakingen uitgeroepen waarbij uiteindelijk niemand weet waar het nu precies voor is. Ook hier bleef er een wazig gordijn hangen over de beweegredenen voor deze staking en blokkade. Uiteindelijk was dat ook niet zo interessant, belangrijkste was te weten dat er 50 oude Volvo’s niet verder konden en we geen idee hadden hoe laat de bloklade opgeheven zou worden. Een ander belangrijk detail  was dat de teams wel net voor de grens stonden en de overgang om 20.00 uur dicht zou gaan.
We konden geen contact krijgen met de achterblijvers. Blijkbaar hadden de mobiele telefoons in het berggebied geen bereik en zelfs onze satelliettelefoons, die we juist voor noodsituaties mee hadden genomen, lieten ons op dit belangrijke moment in de steek. Het bleef gissen wat er met de achterhoede aan de hand was.
Langzaam maar zeker kwamen er teams binnen rijden maar dat waren allemaal mensen die er voor hadden gekozen om de geasfalteerde route te nemen, auto’s die pech hadden gehad en nog niet helemaal weer waren opgeknapt maar vooral ook mensen die genoeg hadden van de graffelwegen waarop banden en soms hele auto’s gesloopt werden. Van de diehards die wel opnieuw de graffelwegen op waren gegaan was geen spoor te bekennen.
Het eerste graffelteam dat zich liet zien waren de jongens van omroep Flevoland, team 83 dat prachtige filmpjes van onze reis op de web zet. De jongens kwamen heel enthousiast op mij af, alsof ze iets mee hadden gemaakt dat zij echt aan mij wilden laten weten. De eerste indruk was juist! De jongens vertelden heel leuk dat zij de mensen van de blokkade er op hadden gewezen dat de Volvo karavaan op pad was om fondsen te werven voor het onderwijs voor de inheemse kinderen in de bergdorpen van Peru. Zij hadden uitgebreid verhaal moeten doen over de projecten die zij ondersteunden. Zij hadden verteld wie HoPe is en wat HoPe doet. De hoofdman van de inheemse gemeenschap was erbij gekomen en had het verhaal ook willen horen. Hij was onder de indruk en gebood zijn mensen om alle Volvo’s die stonden te wachten doorgang te verlenen. Er waren veel lokale auto’s en bussen, die mochten niet doorrijden maar de Volvo’s die allemaal iets voor de indiaanse broeders in Peru doen, kregen vrije doorgang. In totaal mochten 30 Volvo’s langs de blokkade terwijl de Argentijnse en Chileense lotgenoten moesten blijven staan.
Hier zou het echter niet bij blijven, ook Volvo deelnemers die later bij de blokkade kwamen kregen allemaal vrije doorgang omdat ze voor de indiaanse kinderen van Peru op weg  waren. Het enige Duitse team dat met de tour meerijdt, was helemaal verbaasd toen zij bij de blokkade kwamen en als enigen vrije doorgang kregen. Vader en zoon spreken geen woord Spaans en zij hadden geen idee wat er allemaal aan de hand was totdat de mensen hen op de HoPe sticker wezen en de duim opstoken. Toen pas hadden zij in de gaten dat de sticker van HoPe op hun auto een vrijgeleide was bij deze blokkade waarbij alle mensen die niet zo’n sticker op hun auto hadden, nog uren in de rij zouden moeten staan.
Bij de volgende blokkade ga ik HoPe stickers verkopen!






dinsdag 20 december 2011

El calafata – Perito Moreno – Bariloche, Ruta 40



El calafata – Perito Moreno – Bariloche

Twee lange rijdagen, gisteren 690 en vandaag 790. Op zichzelf zijn de afstanden goed te doen maar wat ons af en toe opbreekt zijn de slechte wegen. De Ruta 40 is berucht, zelfs voor de Argentijnen. Het is een weg die voor een groot gedeelte nog altijd onverhard. Het wegdek bestaat vooral uit grind. Er zijn dan ook verschillende auto’s die schade hebben opgelopen vanwege steenslag. Zo zijn er auto’s met kapotte ruiten, kapotte radiatoren, lekker benzinetanks en kapotte schokbrekers. Vandaag hebben we zelfs twee auto’s met een kapotte versnellingsbak. Het technische team verricht wonderen om al deze auto’s weer aan de praat te krijgen, de technische jongens zijn echte helden geworden binnen de club, zij worden iedere avond weer met groot applaus ontvangen als zij als allerlaatste de eetzaal binnenkomen.
Het gaat niet goed met Argentinië! Er wordt, of beter gezegd: er werd hard gewerkt aan het asfalteren van de Ruta 40. Over honderden kilometers heeft men aan de weg gewerkt, in sommige gevallen betreft het voorwerk, op andere gedeeltes was men al met asfalteren begonnen. Het is echter duidelijk te zien dat de werkzaamheden al lang gelden stilgelegd zijn. Op sommige stukken groeit het gras al weer door de onderlaag die zelfs al keurig en strak gewalst was.
De distributie van de benzine is gisteren keurig verlopen. We hadden een tankautootje geregeld dat halverwege de route ging staan en waar iedereen een bepaalde hoeveelheid benzine kreeg. Ik vertrok als allerlaatste uit El Calafata omdat ik een aantal jerrycans zou kopen en deze gevuld met benzine achter de karavaan aan mee zou nemen. Zouden er auto’s zijn die toch benzine te kort kwamen dan zouden wij ze weer op weg kunnen helpen.
In heel El Calafata was echter geen enkele jerrycan te krijgen, alles was uitverkocht! Het benzineprobleem speelt al langere tijd in Argentinië en iedereen is aan het hamsteren. Wanneer er benzine is gaat iedereen direct naar de pomp om in te slaan wat ze kunnen krijgen. Soms wordt ook hier paal en perk aan gesteld. Zo konden we vandaag bij een benzinestation hooguit 20 liter per auto tanken. In jerrycans benzine meenemen was er al helemaal niet bij.
Afgelopen nacht hebben we gekampeerd op het voetbalveld van de lokale sportvereniging van Perito Moreno. De ene nacht in een 5 sterren hotel en de volgende nacht in een tweepersoonstentje op een zanderige vlakte! Er waren twee chemische toiletten voor de 180 mensen geplaatst en voor water moest iedereen zelf maar zorgen.
De gemeente had een grote barbecue georganiseerd, in totaal hadden ze 20 schapen geslacht die op Argentijnse wijze naast een vuur aan een paar stokken gespannen waren. Er was wat bier en wijn voor de liefhebber. Bestek en borden hadden ze niet zodat het vlees maar ook de rauwkost met de handen gegeten moest worden. Voor sommige mensen was dat even wennen maar uiteindelijk heeft iedereen toch lekker maar vooral bijzonder gegeten.
Water uit een plastic fles om de eerste slaap uit je ogen te wrijven en daarna maar weer op pad. Nu hadden we vandaag zo veel stof onderweg dat de pret van een fijne douche ook maar voor erg korte duur was geweest.
Morgen gaan we Argentinië definitief verlaten, althans voor wat betreft de Volvo Classics Panamericana. We gaan dan Chili in waar we de komende acht dagen door zullen brengen. 

18 december Puerto Natales (Chili) naar El Calafata (Argentinie)

18 december Puerto Natales (Chili) naar El Calafata (Argentinie)


Een rustige dag met veel pech en tegenslag

Vandaag hoefde we maar 350 kilometer te rijden, het zou een rustige dag worden. We moesten opnieuw de Chileens – Argentijnse grens over, de grenzen liggen in Patagonie erg onhandig en het wegennet werkt niet mee aan een vlotte doorstroming waardoor we in totaal zes keer de grens tussen deze twee landen oversteken. De ene grensovergang is de andere niet en dat hebben we vandaag nog eens extra gemerkt. Het uitgaan van Chili liep erg soepel en daarmee ook eg snel. De Argentijnse kant deed er echter enorm lang over. De ambtenaar die de persoonsgegevens in de computer in moest voeren had een éénvingerig typesysteem waarbij hij iedere letter ook nog eens vier keer controleerde alvorens deze definitief in het computersysteem in te voeren. Er stond op een gegeven ogenblik een rij van zeker 100 personen die van zijn diensten gebruik wilden maken. Hij werd er niet koud of warm van en bleef zijn zelfbedachte systeem hanteren.
De man van de douane deed er nog een schepje bovenop. Toen hij de gegevens van onze auto had ingevoerd stond hij mij buiten bij de slagboom op te wachten. “Zeer vriendelijk”was de eerste gedacht die in mij opkwam. Bij de slagboom aangekomen vertelde hij mij echter dat hij een foutje had gemaakt in het document en dat we het opnieuw moesten doen. O.K. opnieuw naar binnen en opnieuw het hele formulier ingevuld, dit keer correct.

De ramp voor mij begon een uurtje later. We reden over een slechte grindweg, een route die de dagroute met 70 kilometer in zou korten. Hadden we dat maar niet gedaan! 300 meter voor het einde van de weg begon de auto enorm te schudden, een teken dat we een lekke band hadden. Direct gestopt maar het was al te laat, de band hing aan flarden om de velg, er was niets meer aan te redden.  We hadden een goed reservewiel bij ons en dat hebben we dan ook direct op de auto gezet. Ik had nog een andere band achter in de auto liggen en die wilde ik als reservewiel plaatsen. Daarvoor moest ik echter de flarden van de oude band van deze velg halen en de andere band er weer op plaatsen. In El Calafata was echter niet één bandenservice geopend. Met de hulp van het technische team en een paar tourgenoten hebben we de boel nog kunnen redden, oude band van de velg zagen en de tweede reserveband er weer op zetten. Een heel gedoe maar we hebben het gered.
Daarna kwamen de problemen met de benzine. Vanaf het moment dat ik anderhalve week geleden Argentinië binnenreed hebben we problemen gehad met de benzine. Veel tankstations hebben gewoonweg geen benzine, niets! Het is iedere keer weer een sport om aan benzine te komen. Je weet nooit wek tankstation wel en welke geen benzine heeft. Je koopt wat je krijgen kunt en soms betekent dat gewoonweg 3 tot 4 keer tanken op een dag.
Vnadaag in El Calafate was er genoeg benzine te koop, morgen hebben we echter een rijdag van 700 kilometer en dan is er onderweg hoogstwaarschijnlijk geen druppel benzine te krijgen, dat red ik zlefs met de 60 litertank van de Toyota niet, laats staan de oude Volvootjes met een tank van 30 liter.

We hebben dan ook een tankauto moeten huren die 1200 liter benzine meeneemt en ons ergens halverwege de rit voorziet van extra brandstof. Een hele klus om dat organisatorisch allemaal voor elkaar te krijgen maar het is (hoogstwaarschijnlijk – eerst zien dan geloven) allemaal gelukt. 
We gaan het zien morgen.
Ondertussen heb ik ook nog een bezoek gebracht aan de wereldberoemde gletsjer van El Calafate. De gletsjer waar met grote regelmaat hele stukken ijs met groot geweld afbreken en in het onderliggende meer storten.
Opnieuw een spectaculaire dag en morgen waarschijnlijk nog zo een.



zaterdag 17 december 2011

De dag van vandaag stond voor mij in het teken van een bezoek aan het Nationaal Park Torres del Paines. Ik vetrok met ongeveer de helft van de groep met een luxe catamaran vanuit Puerto Natales in het zuiden van Chili. Via een bootreis van meer dan twee uur kwamen we aan bij deze voet van een prachtige gletsjer. Een wandelingetje van een half uur bracht ons tot aan de voet van deze gletsjer. Een prachtige brok ijs die echter niet kan verhullen dat zij erg hard aan het wegsmelten is.
Na het bezoek aan de ijsreus gingen we in rubberboten die ons verder de fjord in brachten. Spectaculair hoe met deze Zodiacs over het water werd gescheurd terwijl ijsreuzen en prachtige bossen het panorama  afwisselden.
Voor mij was het verbazingwekkend om gletsjers en ijspieken te zien op zeeniveau. In Cusco moet je daarvoor toch op zijn minst naar 5.000 meter hoogte.
Het was een mooie maar toch ook drukke dag omdat er altijd dingen zijn die anders lopen dan gepland. Mijn groepje van vandaag was slechts 80 man groot en ik moet zeggen dat zij de dingen die onverwacht op ons pad kwamen, zoals een ander boot dan gepland, een kapotte bus waardoor we uiteindelijke met zijn tachtigen in een bus voor 50 personen moesten, erg goed opgepakt hebben. Er werd niet of nauwelijks geklaagd.
Ok geloof dat we allemaal maar Volvo moeten gaan rijden!

Vanavond hadden we het officiële ontvangst in het stadje Puerto Natales. De burgemeester en de commissaris van de koningin heetten ons van harte welkom. Er waren drankjes en er was een band voor ons geregeld. Een hartelijk ontvangst door de gemeente, zoiets hadden we nog niet meegemaakt.

Ik moest de dansvloer nog even op en was blij met de lessen Hauyno die ik de afgelopen jaren van de dames van Racchi had gehad.  

vrijdag 16 december 2011

Puerto Natales - Chili

Vrijdag 16 december

Even een paar dagen uit de lucht geweest. We zaten in heet plaatsje Ushuaia, het meest zuidelijke puntje van Vuurland. Een prachtig plaatsje maar zonder internet verbinding, althans niet in het hotel waar ik zat.  Wat me direct opviel in Ushuaia was de grote verscheidenheid aan huisjes. Vuurland is onderdeel van Argentinië maar om er te komen moet je een paar uur door Chili rijden. Ushuaia is een uithoek, of zoals ze het zelf zeggen: “het einde van de wereld”. Ushuaia is moeilijk te bereiken, ook voor de Argentijnen en al het materiaal dat aangevoerd wordt, hetzij per boot over zee, hetzij per vrachtwagen over land, is dan ook erg duur. Je ziet het aan de bouw van de huizen. De huizen zijn erg eenvoudig en gebouwd van het materiaal dat op dat moment net voorhandig was.
Mijn eerste zorg in Ushuaia was het vinden van een betrouwbare garage. Ik had vanuit Cusco al 7.200 kilometer gereden en de auto was dan ook hard toe aan een kleine beurt. Ik was bij het binnenrijden van het plaatsje langs een Toyota garage gekomen en daar ging ik donderdag dan ook direct heen. Ik kon niet eerder dan om 4 uur ‘s middags in de garage terecht en heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om wat door het dorp en vooral door de buitenwijken te rijden. Ik heb daar erg veel foto’s gemaakt van de meest uiteenlopende kleine en vooral armoedige huisjes. Mijn God, dan woon je in het einde van de wereld en dan ook nog in een dergelijk krot! In zou niet willen ruilen.
Ik heb genoten van Ushuaia, ik had graag wast meer van de omgeving gezien maar helaas was dat voor mij niet weggelegd, de auto ging voor.
Het is een plaatsje waar ik zeker nog een keer terug ga komen, dat staat vast!

 Vandaag, vrijdag 17 december, reden we terug van Ushuaia naar Chili. Dit keer bleven we echter in Chili waar we een andere weg namen die ons uiteindelijk naar Puerto Natales leidde. We moesten, net als op de heenweg, met een pont over een zee-engte tussen het vaste land en het eiland Vuurland. Ik stond met mijn camera klaar op de voorplecht van de boot, klaar om te proberen de dolfijnen die met de boot mee zwemmen, te fotograferen. Geen eenvoudige klus want de dieren zijn razend snel. Maar toch heb ik er een paar op de foto kunnen krijgen, prachtig gezicht. In Puerto Natales werden we opgewacht door een grote groep mensen die de Volvo Classics Panamerica opwachtte. Erg leuk om zo enthousiast in een dorp van 20 duizend mensen ontvangen te worden.



Ik zou nog veel meer willen schrijven maar het is 01.13 uur en ik ben kapot. Morgen weer een dag, weer om 6 uur mijn bed uit. 

maandag 12 december 2011

Puerto Madryn - Comodore Rivadavia

Rijdag 3, Puerto Madryn – Comodoro Rivadavia
De dag begon met een ritje van 90 kilometer naar de haven van Valdés, een schiereiland net ten noorden van de plaats waar we de nacht door hebben gebracht. Vanuit de Haven Puerto Pirámides vetrokken we op een boot om een aantal walvissen in de baai te gaan bekijken. In de baai komen jaarlijks enkele tientallen Australische walvissen de wateren rondom het schiereiland. Het walvissenseizoen is van half september tot half december en we waren dus aan de late kant. De meeste walvissen ware al doorgezwommen maar we hadden geluk dat we toch nog drie moeders met hun drie maanden jonge kalveren konden zien. Het was een mooie en vrijwel windstille dag, de dag tevoren waren de boten niet uitgevaren vanwege de harde wind en de hoge golven.
Het was imposant om zo dichtbij de walvissen te kunnen varen. Moeders en jonkies zwommen heel relaxed heen en weer en leken zich niets aan te trekken van de drie bootjes die om hen heen voeren. Moeder en jonkie bleven onafscheidelijk van elkaar rondjes zwemmen. We waren getuige van zes walvissen, drie moeders en drie jonkies die rustig hun zwemoefeningen deden. Toch heel imposant.

Op de weg naar hert zuiden werd de begroeiing met de kilometer lager en dunner. Hadden we de dag tevoren nog echt struikgewas, vandaag moesten we het doen met enkel hoge plantjes die aan de Nederlandse heide doen denken. We zagen wat guanucos, een lamasoort die veel in Argentinië voor komt, en veel roofvogels.
Het landschap bleef vlak, ongelooflijk vlak, zo vlak en eindeloos dat het ook weer imposant was.

Morgen een lange dag, dan gaan we naar Rio Gallegos, 780 kilometer verder naar het zuiden! OP tijd naar bed dus. 

dag 2

Dag 2 van de reis, Viedma – Puerto Madryn

Vandaag hadden we een korte reis, slechts 426 kilometer lang. De dag begon met het opnemen van de schade van dag 1. Er waren wat kleine pechgevallen zoals een kapotte benzinepomp en wat elektronische problemen. Een kapotte koppakking gaf al wat meer problemen maar team nummer 10 spande de kroon, zij hadden te maken met een vastloper en hier moest een compleet andere motor ingebouwd worden. De technische teams waren dan ook vroeg uit de veren om alle problemen te verhelpen. Zij zijn goed uitgerust en kunnen de meeste problemen verhelpen, zelfs een vervangmotor was voor team geen bezwaar!
De jongens van het technisch team zijn op de eerste dag van de tour met een loodzware klus gestart en gevreesd wordt dat het werk voor deze jongens tijdens de hele tour zwaar zal blijven. Op het moment dat de technische jongens vanavond de eetzaal van het hotel in Puerto Madryn binnen kwamen lopen werden zij dan ook met een daverend applaus verwelkomd.
Voor ons was het een rustige dag. Het is zondag en de vierhonderd kilometer, door wat de Argentijnen hun steppe noemen, was dan ook niet echt een vreselijk zware taak.





zondag 11 december 2011

Echt op pad!

Zondag 11 december, tijd voor ene update!
We hebben Buenos Aires ondertussen achter ons gelaten. De wereldstad van 2,8 miljoen inwoners bleek een agglomeratie van 16 miljoen te zijn. Groot, veel te groot voor Aaltense begrippen.
Vrijdagavond hebben we een ontvangst gehad van de Volvo club van Buenos Aires. Een kleine 50 oude Volvo’s uit de Argentijnse hoofdstad vergezelden ons naar een clubgebouw buiten de hoofdstad. In kleine groepjes reden we vanuit het centrum van de stad naar een buitengebied waar alle auto’s, de Nederlandse en de Argentijnse in een cirkel om het veld opgesteld werden.
We kregen en hartelijk ontvangst door de Argentijnse collega’s, volop Heineken en empanadas, heerlijke gevulde broodjes aangevuld met prachtige muziek en begeleid met de imposante tangos’.
De Nederlandse ambassadeur van Argentinië deed een welkomstwoord voor de groep en alle deelnemers kregen een mooie medaille van de Argentijnse collega’s.

Het echte begin van de tour was de rit van Buenos Aires naar Viedma. Een rit van bijna 1.000 kilometer die we op zaterdag 10 december reden. Het was een nationale feestdag waardoor er weinig verkeer op de weg was en we lekker door konden rijden.
In het stadje Tres Arroyos werden we opgewacht door een delegatie van de Argentijnse gemeenschap. We werden hartelijk ontvangen door Nederlands-Argentijnen die gestoken waren in traditionele Nederlandse kleding en geschoeid waren op echte klompen. Met grote Nederlandse ne Argentijnse vlaggen stonden zij ons op te wachten langs de doorgaande route.

E eerste dag was direct de langste. Een lange dag, ik reed om 4.45 uur Buenos Aires uit en lag met de laatst binnengekomen deelnemers om 2.00 uur pas weer in mijn bed.  Maar de kop is er af. Vandaag ‘slechts’ 400 kilometer, een rustig dagje en hopelijk wat meer tijd om mijn blog bij te houden. Ik moet op pad!

woensdag 7 december 2011

Buenos Aires, nogmaals

Plaza de Mayo Buenos Aires



stadion Boca Junior



De auto’s staan klaar bij de douane. Alles is ingeklaard en morgen (donderdag) gaan we de auto’s met de deelnemers ophalen. De deelnemers zitten hoog en veilig in de KLM vlucht van Amsterdam naar Buenos Aires en zullen vanavond hier aankomen.
Een aantal begeleiders is maandagavond aangekomen in Buenos Aires en met hen hebben we ondertussen verschillende besprekingen gehad over de tour die we gaan doen.
Vandaag dus even een rustdag en gelegenheid om iets meer van Buenos Aires te leren kennen. Als eerste wilde ik uiteraard naar het beroemde Plaza de Mayo. Het plein van de “dwaze Moeders”en van Evita Perron.  Een indrukwekkend plein dat de loodzware last draagt van de turbulente geschiedenis van Argentinië. En ook nu blijven de protesten doorgaan, niet alleen van de moeders die hun echtgenoten en/ of kinderen letterlijk kwijt zijn geraakt tijdens het militaire bewind van de dictator Jorge Videla, maar ook oorlogsveteranen die gevochten hebben in de oorlog om de Falkland Eilanden in 1992 eisen een betere behandeling van de Argentijnse regering.


Na de Plaza de Mayo (Meiplein) hebben we een bezoek gebracht aan een van de meest bekende wijken van de stad, de Barrio Boca, de thuishaven van de voetbalclub Boca Junior.
Een schilderachtige wijk met veel historische panden. Veel oude huizen zijn geschilderd in de kleuren van de populaire voetbalclub. Het stadion van de club ligt midden in de wijk en heeft bijna loodrechte tribunes. Ook het stadion is geschilderd in het blauw en geel van de club.
Maradona is een volksheld die op veel verschillende terugkomt in de wijk. Er zijn standbeelden, muurschilderingen en levensgrote poppen van hun held in de wijk te vinden.   

Een interessant bezoek dat we afsloten met een lekker stuk rundvlees van de barbecue.
Vanavond de groep ophalen en dan begint het echt

maandag 5 december 2011

Buenos Aires

Aankomst Buenos Aires

Dag 6 van het begin van de reis. Vandaag een korte rit, slechts 300 kilometer van Rosario naar Buenos Aires. We hadden de plannen gewijzigd, zondag lekker lang doorrijden zodat we maandag maar een korte rit zouden hebben naar Buenos Aires. Het binnenrijden van een onbekende grote stad is altijd lastig, zeker zonder Tom Tom of wat voor navigatiesysteem dan ook.
We vertrokken om 9 uur vanuit Rosario, laat voor ons doen maar we hadden de tijd, hebben een beetje uitgeslapen en enorm genoten van een heerlijk ontbijt.
De weg naar Buenos Aires was niet anders dan de dag ervoor, het was net alsof we over een autosnelweg door de Noord-Oostpolder reden. Niet bijster interessant maar het schoot wel lekker op. We reden dan ook al tegen enen de buitenwijken van Buenos Aires binnen.
Alexis, mijn Ierse reisgenoot moest hier zijn. Zijn vriendin woont daar en ik zou hem bij haar thuis afzetten.  We hadden alleen een kaartje dat ik van google maps had uitgeprint, niet bijster nauwkeurig maar we zouden het wel vinden. Dat deden we ook maar niet nadat ik toch meerdere malen had moeten constateren dat we niet door de meest sociale buurten van de stad aan het dwalen waren. Nu heeft iedere stad zijn mindere buurten maar het betrof mijn eerste kennismaking met deze wereldstad en die was niet bijzonder interessant.
Het laatste stuk van de reis moest ik in mijn eentje doen. Ook hier moest ik afgaan op eigen printwerk uit Google Maps. Ik nam een verkeerde afslag en kwam direct in een van de meest drukke straten van de stad terecht. Ik heb maar één keer hoeven vragen, de bediende van een benzinestation wees me de weg. Alsmaar rechtdoor en dan een keer rechts. Samen met google, wat giswerk en een gezonde portie goedgeluk stond ik om 16.00 uur voor de deur van het hotel, midden in Buenos Aires. Ik mocht niet op straat parkeren dus zette ik de Toyota met de grote Cusco stickers op de stoep van het hotel, bijna tegen de gevel. Ik had ondertussen geleerd dat de regels in Argentinië net zo flexibel zijn als die in Peru en dat de naleving vooral neerkomt op de goede zin en / of acute geldnood van de langskomende politieman of – vrouw. Dit keer ging het goed.
In het hotel wisten ze van niets, jazeker, er was een reservering voor Walter Meekes vanaf de 7e december maar voor vandaag was er niet op mij gerekend. Een telefoontje naar het reisbureau dat de Volvo Tour in Argentinië regelt was voldoende om mij toch een kamer ter beschikking te stellen.
Wat ik tot op heden van Buenos Aires heb gezien valt me tegen. Rommelig en vies, het lijkt of de vuilophaaldienst al weken staakt en of de verkeerspolitie zich bij deze staking aangesloten heeft. Goed, het is mijn eerste kennismaking met een wereldstad van 2,8 miljoen inwoners. Misschien mag ik morgen een wat positiever beeld neerzetten.

Het hotel helpt daar echter niet bij. Zelfs mijn wereldstekker past niet in de rare stopcontacten die ze hier hebben. De waterkoker doet het niet en 80 van het douchewater komt onder uit de kraan, slechts met pijn en moeite kon ik mijn hoofd voldoende nat krijgen om de restanten van een ooit weelderige haarbos te wassen.  En dat in een hotel van naam en met prijs!
O.k., morgen misschien beter. We gaan er voor!

zondag 4 december 2011

Vandaag heb ik duidend kilometer aan rondjes door Friesland gereden.
Vanaf de stad Metan waar we gisteren hebben overnacht, heb ik vandaag 1.000 kilometer gereden naar de stad Rosario. Eén grote vlakte, een groot Friesland maar dan 1.000 kilometer lang. Ik ben kapot, lange dag gehad. Morgen nog maar 300 kilometer naar Buenos Aires waar we lekker op tijd aan zullen komen.

Ik ga lekker  slapen, tot morgen

grensovergang

Een vreemde grensovergang.

Zaterdag 03 december. We vertrokken uit de Chileense woestijnplaats San Pedro de Atacama. Een plaatsje waar we eigenlijk per ongeluk terechtgekomen waren omdat we hard toe waren aan een kop koffie en de grens nog zo’n 160 kilometer voor ons lag.
In San Pedro werd ons echter verteld dat de grens weliswaar 160 kilometer verderop lag maar dat het douanekantoor in San Pedro lag! Een gegeven waar we bij toeval achter kwamen! Maar goed ook want anders hadden we mooi 160 kilometer terug kunnen rijden!
We voegden ons dus ’s ochtends om 8 uur in de reeds lange rij wachtenden voor het douanekantoor. Een handjevol toeristen stond daar al te wachten,   samen met een grote groep Argentijnse vrachtwagenchauffeurs die met name tweede hands Japanse auto’s vanuit Chili hun land invoerden.
De rij was lang maar de afhandeling van de formaliteiten stelde niet veel voor, we konden zonder enige problemen de het land uit.
Daarna was het inderdaad 160 kilometer rijden naar de Argentijnse kant van de grens, een rare gewaarwording. Er is echter maar één weg die die kant op gaat, onderweg is er een afslag naar Bolivia maar dat is een haast onbegaanbaar zandpad, daar kies je niet zo gauw voor.

De reis ging over een pas van 4850 meter hoogte. Een prachtig landschap met veel vicuñas, familie van de lama maar met de fijnste en duurste wol ter wereld.
Da Argentijnse autoriteiten waren veel minder behulpzaam, de persoon die de auto in moest klaren deed zelfs erg moeilijk. Of ik wel een uitnodiging had om aan de Volvo Tour mee te doen. Een uitnodiging van wie? Van de Club, goedgekeurd door de Argentijnse Ambassade in heet land waar ik woonde! De man was duidelijk op geld uit.
Ik zei dat ik een persoonlijke uitnodiging had van de koningin maar dat die thuis aan de muur hing omdat ik bang was dat ie onderweg zou kreuken. Hij keek mij aan alsof hij mij niet geloofde maar zette uiteindelijk toch de gewensts stempel.
We reden door naar een plaatsje Metan, net ten zuiden van Salta. Hiermee hadden we opnieuw een uur gewonnen ten opzichte van ons reisschema, een voorsprong die we graag willen houden want morgen willen we voor donker Buenos Aires in rijden.

vrijdag 2 december 2011

San Pedro de Atacama

Vandaag hebben we slechts 409 kilometer gereden. We vertrokken vanochtend om 8 uur uit Pozo Almonte, veel later dan gepland maar we kwamen slecht op gang. Chili heeft twee uur tijdsverschil met Peru en toen de wekker om 6 uur afging was het voor ons eigenlijk pas 4 uur. Beetje langzaam op gang dus. Tank volgegooid en aan de overkant ons ontbijt genoten, het hostalletje waar we zaten had deze service niet. Een kop Nescafe met een sandwich zo groot dat ik hem niet eens op kreeg en de helft mee nam voor onderweg.
Een rare ervaring dit dorpje, maar goed, het was een ervaring! Ons volgende doel was Calama, een wat grotere stad in het midden van de Atacamawoestijn. We legen achter twee uur voor op schema en die wilden we graag houden. We besloten dan ook om vandaag zo ver mogelijk door te rijden.
De weg leidde door dorre, droge woestijn (de droogste van de wereld). De Atacama woestijn is erg rotsachtig en kent heel hoogte verschillen.  Toen we de Panamerican verlieten en de weg naar Calama opgingen steeg de weg dan ook al heel snel naar de 3000 meter hoogte.
De hele kust wordt gekenmerkt door mijnbouw, grotere en kleinere mijnen ontsieren of verfraaien het saaie landschap van de woestijn. Calama is een behoorlijke stad midden in de woestijn. Je vraagt je af waar men het water vandaan haalt om aan de behoefte van zoveel mensen te voldoen. De stad leeft van de mijnbouw, pick-uptrucks van verschillende mijnbouw maatschappijen rijden af en aan. De vrachtwagens die de mineralen va de mijnen afvoeren hadden we onderweg al met tientallen voorbij zien komen. Calama bruist van het leven, zelfs zoveel dat we niet eens een parkeerplaats voor onze auto konden vinden en de onszelf beloofde kop koffie helaas niet hebben kunnen nuttigen. Dan maar door naar San Pedro de Atacama. Ach ja, je moet jezelf tijdens zo’n reis af en toe een beetje ontzien anders kom je nergens. San Pedro de Atacama, of SP de Atacama zoals het op de verkeersborden wordt aangeduid, lag nog 100 kilometer verder.
Tijdens de rit hiernaar toe kwamen we door een werkelijk prachtige  vallei. Een enorme vlakte midden in de bergachtige woestijn, een vlakte gekleurd door tientallen kleuteren van verschillende zand- en steensoorten. Aan de vorm van de vallei kun je zien dat hier vroeger een enorm brede rivier heeft gestroomd. Hoelang geleden “vroeger”was? Geen idee, waarschijnlijk honderden duizenden jaren geleden. Het is bekend dat het Andesgebergte uit de zee is opgerezen. De grote zoutvlaktes in Chili en Bolivia getuigen hiervan maar ook de fossielen van versteende zeedieren die nog steeds in grote aantallen boven in de bergen worden gevonden. Het was een genot om door deze vallei te rijden en rondom je al die prachtige kleuren van natuurlijk gesteente te zien.

San Pedro de Atacama is een kleine plaats. Totaal niet te vergelijken met de groeistad Calama. San Pedro lijkt weggelopen te zijn uit een sprookje. Een prachtig klimaat, veel bomen en bloemen en allemaal lage woningen gebouwd van in de zon gebakken leemstenen (adobes). Een kleine schilderachtig plaatsje waar, gezien het aantal hotles en restaurants, veel toeristen komen.
Wij gingen op zoek naar de twee hotels waar de Volvo Tour op 25 december zal overnachten. Ik wilde ze leren kennen zodat ik een idee zou hebben van wat ons de 25e van deze maand te wachten zou staan. Het eerste hotel was leuk en aardig, de persoon die ons ontving wist echter nergens van waardoor ik besloot naar het tweede hotel op zoek te gaan. Een pittoresk hotelletje, prachtige, zeer luxe kamers om een groot zwembad. En dat midden in de woestijn!
De eigenaresse is erg vriendelijk en zei nodige ons dan ook direct uit voor de lunch. Dat mag ook wel want de 25 is het hele hotel, tot aan de laatste kamer aan de Volvo Tour verhuurd!
Onder het eten bekeken we de mogelijkheden om vandaag nog de grens met Argentinië over te steken. Daarmee zouden we bijna een dag minder in Chili zijn dan gepland. Het werd ons echter afgeraden om door te rijden. Het was al drie uur in de middag en de rit tot de eerste de beste plaats in Argentinië waar we zouden kunnen overnachten zou nog zeker 6 uur rijden zijn. Ik had me voorgenomen om zo min mogelijk in het donker te rijden en vandaag was het niet nodig. We kregen een kamer in het hotel en zullen morgen op tijd vertrekken. Wel op tijd, niet vroeg. Het douanekantoor van San Pedro ligt op 160 kilometer vóór de grensovergang met Argentinië, net om de hoek van het hotel. En dit kantoor gaat pas om 8 uur open. Eerder kunnen we dus niet weg! Raar maar waar!


Wel genoeg reden om lekker van het zwembad en de zon te genieten. Je hoeft jezelf niet altijd te ontzien, toch?


ps kijk hoe we afgelopen woensdag vanuit Cusco zijn vertrokken!