| Foto genomen vanaf buiten, door het raam |
De reis gisteren ging voorspoedig en ook de grensovergang tussen Peru en Chili ging sneller dan verwacht. We besloten dan ook door te rijden en niet zoals gepland, net over de Chileense grens in de stad Arica te overnachten.
Volgens de kaart zouden we 200 kilometer door moeten rijden tot aan Pozo Almonte, de volgende plaats waar we zouden kunnen overnachten. We besloten om door te rijden. Ik was hier jaren gelden geweest, voor de eerste keer in 1987. Ik had een herinnering aan een vlak woestijnlandschap maar merkte al gauw dat herinneringen slijten of op zijn minst verromantiseren. Het landschap waar we doorheen reden was ruw berglandschap met veel hoogteverschillen en diepe ravijnen langs de weg. De vorige keren dat ik deze weg deed reed ik mee in een bus en lag ik waarschijnlijk te slapen, nu reed ik zelf en was het niet aan te raden om in slaap te vallen. De weg was mooi, ruw woestijnberglandschap, maar anders dan ik me had voorgesteld.
Het was avond voor we in Pozo Almonte aankwamen. Toen we het dorpje binnen reden keken Alexis en ik elkaar aan met een vragende blik, waar waren we in godsnaam terecht gekomen? Het leek het wilde westen wel. Lage houten huisjes aan beide kanten van de weg met een lange veranda langs de voorgevels. Bars met klapdeurtjes die direct aan de Noord-Amerikaanse saloon deden denken. We zochten een hotel en vonden een hostalletje dat die naam nauwelijks verdiende, maar goed, er was niets anders en we schreven in.
Na een rondje Pozo Almonte waar we niets dan dronken mijnwerkers en prostituees op straat tegen kwamen, aten we een redelijke pizza in het enige restaurantje dat ons veilig genoeg leek, dronken een biertje in een van de vele saloons(de enige waar de mensen nog redelijk dronken waren) en doken ons bed in.
Vandaag een nieuwe dag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten