Alleen
Woensdag 28 december heb ik een dagje voor mijzelf gehad. Ik rijd met een Peruaanse auto en de bureaucratie heeft bedacht dat je met een auto met een Peruaans kenteken niet via de ene grensovergang het land uit en via een andere het land weer in mag. Ik heb de route die de groep deze dag ging rijden in juli voorgereden. De organisatie had bijna de hele route voorgereden behalve het stuk van Arica naar La Paz. Ik heb dat toen gedaan en kreeg bij het uitgaan van Peru het probleem te verwerken dat niemand mij kon vertellen hoe ik Peru zou verlaten via de grensovergang naar Chili om daarna via Bolivia Peru weer binnen te rijden. Het enige dat men wist te vertellen was dat niemand dat doet. Nou ik wel en ik heb het geweten. Bij binnenkomst in Bolivia kreeg ik de wind van voren. Wat ik gedaan had was absoluut onmogelijk. Ik maakte de opmerking dat ik had laten zien dat het zeker wel mogelijk was maar die grap werd niet gewaardeerd. Uiteindelijk mocht ik terug Peru in maar de binnenkomst werd niet geregistreerd terwijl ik bij de grensovergang naar Chili wel als uitgaand in het systeem was opgenomen. We hebben dat later recht kunnen zetten via een brief van de douane in Cusco aan de douane in Tacna, waarin zij aangaven dat de auto weer terug was in Peru.
Ik wilde die hele poespas niet nog een keer meemaken en ook wilde ik problemen voorkomen, ik moet straks ook het land weer uit als we naar Ecuador gaan.
Ik had dit keer extra tijd uitgetrokken voor de grensovergang, ik wilde de papieren goed regelen. Helaas, niemand kon mij helpen en zelfs de hoogste baas werd er bij gehaald om mij te vertellen dat wat ik wilde niet mogelijk was. Als ik in Tacna de grens overging moest ik in Tacna ook weer het land binnen komen. Ik vertelde dat ik een keer eerder de ronde via Bolivia had gedaan waarop hij antwoordde: “Eigen risico!”. Duidelijk.
Ik heb er dus toch maar voor gekozen om de trip naar Bolivia niet mee te doen en Chili te verlaten via de grensovergang waar ik was binnengekomen. Op Goolge maps zag ik dat er een route loopt via de zuidkant van Peru, precies langs de noordgrens van Chili en Bolivia. In afstand was het niet veel langer dan de route die de groep deed. Ik wilde proberen om via die route de grensovergang Desaguadero te nemen en dan in Bolivia weer bij de groep aansluiten.
Ik reed alleen en dat was best even lekker. Gewoon mijn eigen muziek en op mijn eigen volume. Gewoon even alleen met mijn gedachten en mijn overpeinzingen. Lekker.
De eerste 160 kilometer was bekende weg, ik had deze weg al vaak gereden, voor het eerst 21 jaar gelden met Ashraf. Het tweede stuk was ook deel van de route die wij destijds met de bus van Ashraf reden. Ik vond het leuk om deze route weer te pakken, ik was hier na 1990 nooit meer geweest. Het was niet te vergelijken. Ik dacht een kop koffie te drinken op het schilderachtige marktpleintje van Moquequa, dat deden we vroeger met de groepen ook. We zetten de bus dan op het centrale plein van het kleine en vooral rustige dorpje. Van klein en rustig was niets meer te vinden en met veel pijn en moeite kon ik de auto nog op het centrale plein krijgen. Van parkeren was geen sprake meer, het hele plein was volgebouwd met hekjes en bloemenperkjes, voor auto’s was er geen plek meer.
De koffie schoot er bij in en ik reed door, de weg op die in mijn herinneringen een van de mooiste van de reizen van toen was. En het was mooi! Het grote verschil was dat ik toen met een bus reed die niet geschikt was voor de zandwegen in de ruige bergen van de Peruaanse Andes. Nu rijd ik in een luxe 4x4 over prachtig geasfalteerde wegen. De charme is er af maar het rijgenot is enorm toegenomen, zeker als je toch een bepaald doel wilt bereiken. De weg steeg naar 4600 meter hoogte. De lucht werd donkerder en donkerder en het was dan ook geen verrassing dat ik op een gegeven moment in een enorme hagelbui reed. Het zich werd minder en de weg gladder, ik schakelde dan ook terug naar drie om langzaam de berg op te rijden. Waarschijnlijk toch niet langzaam genoeg want de auto raakte plots in de slip. De slipcursus die ik ooit nog een had willen doen kwam me nu goed van pas, ik kon de auto met wat kunstgrepen weer recht op de weg krijgen.
Het was voor het eerst in mijn leven dat ik zoiets meemaakte en ik zet er gelijk bij dat ik hoop dit niet nog eens mee te maken, ik schrok me te pletter. Mijn lichaam was de schrik nog aan het verwerken toen ik langs een paar huizen kwam waar ook een plaatselijke restaurantjes gevestigd was. Restaurant is een groot woord en toen ik zag wat het menu was besloot ik het bij een kop koffie te houden. Koffie die ik hard nodig had.
Bij het wegrijden kwam een man op mij afgerend. Ik dacht even aan een overval maar het viel mee, hij had de bus die kort tevoren was langsgereden gemist en wilde graag met mij meerijden.
Ach ja, waarom ook niet. Alleen is ook maar alleen en de eerstvolgende bus zou zeker nog een aantal uren op zich laten wachten. Meneer Leoncio Perez was bouwvakker en kwam uit het gehucht waar ik hem oppikte. De naam, een prachtige naam in de lokale taal het Aymara, heb ik niet kunnen onthouden. Heeft me uitgebreid verteld over het leven in zijn dorp, een dorp dat zo hoog ligt dat er zelfs geen aardappelen meer groeien. De mensen leven van de verkoop van wol en vlees van lama’s en alpaca’s. Hij vertelde met liefde over zijn dorpsgemeenschap maar toen ik hem vroeg waarom hij dan naar Puno was verhuisd kwam de schaduwzijde van het leven boven de 4500 meter. Het leven op deze hoogte is erg hard maar het grootste probleem voor de mensen is het ontbreken van medische voorzieningen en schoolmogelijkheden voor de kinderen. Ik vertelde hem over stichting HoPe en hij vroeg direct waarom HoPe niet in de Ayamaragebieden van Puno werkt, volgens hem werkt er geen enkele NGO in deze afgelegen gebieden, reden waarom de streken leeglopen.
Een paar honderd kilometer verder begonnen de spieren van mijn oogleden te trillen, reden om te stoppen en de ogen een uurtje helemaal dicht te doen. De vermoeidheid gaat toch toeslaan op zo’n reis. En dan is het net als met de hoogteziekte, niet stoer doen, gewoon toegeven en in dit geval genieten van een heerlijke siĆ«sta op 4500 meter hoogte. Ik stopte bij een controlepost waar de bus, die wij ondertussen hadden ingehaald, binnen korte tijd zou stoppen. Meneer Leoncio koos er voor om met de bus verder te gaan want een slapende gringo gaf ook geen zekerheid om voor donker thuis te zijn.
Er was een splitsing, links naar Puno, rechts naar Desaguadero. De volgende dag zou de groep in Puno aankomen maar ik wilde toch nog even assisteren in la Paz, geografisch het hoogste punt in onze reis maar verkeerstechnisch absoluut het laagtepunt. Puno lokte, het idee gewoon een avond voor mijzelf te hebben, languit voor de buis Studio Sport en Paul Witteman kijken. Maar de plicht riep en ik stuurde toch naar rechts. Op naar Bolivia. Het was vier uur in de middag dat ik in Desaguadero aankwam, de grensplaats waar ik door kon steken naar La Paz Bolivia. Opnieuw een verrassing hier. De groep zou de volgende dag via Copacabana, een andere grensplaats Peru binnen komen en ondanks het feit dat beide grensplaatsen onder Puno vallen kreeg ik geen toestemming om via de ene het land uit en via de andere grenspost het land weer in te komen. Dat had geen zin, ik heb de Toyota gekeerd en Bolivia rechts laten liggen, regelrecht, met een flinke omweg, naar Puno. Ik had bijna 600 kilometer kris kras door de bergen gereden, bijna alleen maar ik heb genoten. ’s Avonds dus toch plat voor de buis! Witteman heb ik gemist.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten