woensdag 28 december 2011

Dood(s)

Misschien een rare titel boven een dag van een vakantiereisje maar als ik terugkijk op de dag van 27 december dan is dat toch min of meer de rode draad van de rit van 780 kilometer van San Pedro de Atacama naar Arica.
Het begon op een uur rijden van San Pedro. In Zuid Amerikaanse landen staan langs de wegen honderden kruisen en kleine altaartjes op plaatsen waar mensen zijn verongelukt. In Peru zijn ze veelal klein en vallen ze haast niet op in de natuurlijke bermen langs de weg. In Chili heb ik echter enorme bouwwerken gezien. Men maakt er werk van. Hier is onze dierbare verongelukt en daar willen we bij stilstaan. In sommige gevallen letterlijk bij stilzitten, ik heb prachtige, grote altaren gezien waar echt werk van gemaakt is, een compleet kunstwerk. Ik dacht dat ik het meest bijzondere gezien had toen ik langs de kant van de weg een altaar zag waarbij twee ruime fauteuils geplaatst waren.  Ik dacht zelfs nog dat het bedoeld was voor de familieleden zodat ze af en toe bij de verongelukte konden gaan zitten. Maar van een Chileen kreeg ik de uitleg, dat het bedoeld was voor de dode en voor zijn of haar bezoek.

Maar zoals elke stap een overtreffende trap kent, moesten ook de fauteuils een meerdere erkennen. In de flauwe bocht van de weg die ons van Calama terug naar Rute 5 zou brengen, had men de verongelukte auto bij het altaar geplaatst. Zo iets bizars had ik nog nooit gezien. Ik ben benieuwd naar de beweegreden van de familieleden, vrienden of welke personen dan ook die dit aangrijpend tafereel samengesteld hebben. Had Carlitos erg veel van zijn auto gehouden, wilden ze een voorbeeld aan de andere weggebruikers stellen of zou er nog een andere reden denkbaar zijn waarom men het wrak pontificaal voor het altaar had geparkeerd? Ik weet het niet en zal het waarschijnlijk ook nooit te weten komen.
Een paar honderd kilometer verder, terug op de Ruta 5, kwamen we langs een zeer vreemd kerkhof. Het was een oud kerkhof dat aan zon, weer en wind was overgeleverd. Het had zijn beste en mooiste dagen lang geleden gehad. Het rare was dat bij alle graven de opbouw was gemaakt van houten plankjes die allemaal op dezelfde manier bewerkt waren.  Op ieder graf was een soort houten wieg gebouwd en in één geval stond er een smeedijzeren wieg op een grafje. Er waren nauwelijks namen of aanduidingen te vinden. De weinige gegevens die ik wel kon vinden gaven aan dat het om een kerkhof ging dat in de periode van 1880 tot 1930 gebruikt was. Dat was de periode van de salpeterwinning en de streek waar we doorheen reden was ook de streek waar in die periode op grote schaal salpeter gewonnen is. Het zal een kerkhof geweest zijn van arbeiders uit de mijnen, ik kan me niets anders voorstellen.

Ruta 5 leidde ons door de grote Atacama-woestijn, de droogste ter wereld. Er groeit over honderden kilometers niets, helemaal niets, nog geen grassprietje, nog geen cactus. Doods, enorm doods.


De volgende stop was Humberstone, het mijnwerkersdorpje uit de salpeterindustrie dat ik in 1987 met Carlos Grandez, mijn toenmalige vriend uit Lima en mijn huidige tandarts uit Aalten (maar dat is een ander verhaal) bezocht heb. Destijds was Humberstone ook al geheel verlaten maar stond er een levensgroot bord “Verboden Toegang”voor. Mijn Spaans was toen nog niet zo goed en Carlos was minderjarig dus we gingen wel naar binnen. Spannend, heel spannend. Een spookstadje, zo te zien van het ene op het nadere moment was verlaten. Er lagen nog heel veel dingen waarvan je zou zeggen dat je ze met een verhuizing achter op de ezel zou binden; bedden,  kooktoestellen met potten, bureaus met meters papieren, er stond en lag van alles. Het machinepark stond erbij alsof een beetje olie de boel zo weer aan het draaien zou krijgen. Ik had destijds het idee dat de bewoners even een blokje om waren in de woestijn en zo ieder moment weer voor je konden staan. De sterke wind liet golfplaten klapperen, deuren dichtslaan en complete struiken door de straten vliegen. In mijn herinneringen was een absurd gebeuren. Mooi, heel mooi maar ook vreemd en ook wel een beetje griezelig. Had ik nu maar niet gegaan, mijn prachtige herinneringen zijn totaal aan diggelen. Humberstone is veranderd in een museum dat op de Unesco lijst van het werelderfgoed staat. Alles ziet er minder goed uit dan dat ik ze in mijn herinneringen had opgeslagen. De lemen muren waren op veel plekken heel erg beschadigd en wat nog redelijk muur was, was volgeschilderd met nuttige en nutteloze graffiti.  Tot nuttige graffiti reken ik de muurteksten in de zaaltjes van het oude hospitaal, sommige mensen hebben daar opgeschreven wie daar wanneer geboren is. Of het waar is zal  voor mij onduidelijk blijven maar het geeft wel een extra tintje, zelfs een klein beetje leven aan zo’n doods ziekenhuiskamertje.


Het was mooi om Humberstone na 24 jaar weer te zien. Ik heb foto’s gemaakt maar ze zullen nooit de kracht bezitten van de foto’s die ik in 1987 gemaakt heb. Humberstone was dood en is helaas nu nog veel doodser. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten