De Volvo Classics tour is een reis van uitersten. In Santiago hebben we gelogeerd in een erg luxe 5 sterren hotel terwijl we in Caldera terecht kwamen in 5 kleine hostelletjes die allemaal samen nog niet de 5 sterren van Santiago haalden. Opnieuw moest ik de koffers op het bed zetten om doorgang te krijgen tot het toilet. Eenvoudig maar leuk, sfeervol, een hostalletje waar je met de eigenaar aan tafel gaat zitten om verhalen en ervaringen uit te wisselen, zoveel mooier dan de overbodige luxe in Santiago. Caldera is een klein vissersplaatsje waar veel toeristen komen, toeristen die tevreden zijn met een schoon stukje strand, een visje van de barbecue en ’s nachts iets van een dak boven het hoofd.
Het was kerstavond maar de enige plek waar je iets van Kerstmis kon proeven was in de kerk waar om 22.00 uur de mis werd opgedragen. Verder was het een avond als alle andere, warm en rustig, vooral rustig.
De reis van Caldera naar San Pedro was weer een lange maar dit keer iets minder eentonige weg. We reden weer honderden kilometers en vele uren door woestijngebieden langs de kust. Af en toe reden we direct langs de Stille Oceaan waar het beeld werd bepaald door kleine en zeer armoedige vissershuisjes, bestaande uit een paar aan elkaar gespijkerde triplexplaten. Kleine bootjes voor de kust lieten ons zien dat het ging om vissers die dagelijks met hun houten bootjes, sommige met een buitenboordmotor, aderen alleen met een paar roeispanen, de zee op gaan om wat vis te vangen. Vis voor eigen consumptie en als de vangst het toelaat, een beetje voor de verkoop. Dat het geen vette pot was hoefde niemand ons uit te leggen.
We kwamen door gebieden waar grote buitenlandse maatschappijen de Chileense grond omspitten om de koper naar boven te halen, enorme fabrieken waar de ruwe koper een eerste verwerking ondergaat voor het op de boot naar het buitenland verscheept wordt, verduisteren de horizon met kilometers hoge rookpluimen. Zelfs op de grond weet je niet meer waar je door heen rijdt. Is het mist, is het een zandstorm of wordt ons het uitzicht ontnomen door de neerslag van de aswolken die de enorme fabrieken langs de kant van de weg uitstoten?
We stopten in Chacabuco, een plaatsje waar ik nog nooit van gehoord had. Onze Chileense gids vertelde ons onderweg echter over de geschiedenis van het stadje waarmee hij direct mijn interesse wekte. Chacabuco is een mijnwerkersdorpje uit de 19e eeuw. In die tijd ontgonnen Engelse maatschappijen salpetermijnen in de kuststreek die toen bij Bolivia hoorde. Er werden complete dorpen uit de grond gestampt, vaak met een eigen kerk en ik heb er ook een gezien met een eigen bioscoop. De mijn in Chacabuco heeft tot 1930 gefunctioneerd. Daarna is de mijn gesloten en is het dorp leeggelopen. In 1973 heeft dictator Pinochet weer leven in het dorp gebracht, dit keer echter niet als mijnwerkersplaats maar als concentratiekamp. Gedurende de eerste jaren van het bewind heeft Pinochet hier rond de 2500 politieke gevangen opgesloten. Er zijn verhalen van voormalige kampbewoners van Chacabuco over zeer ernstige martelpraktijken. We reden naar het kamp maar het was helaas gesloten op Kerstmis en we konden er niet in. Voor de port stond een groot bord waarop de geschiedenis van het dorp uit de tijd van de salpeterwinning beschreven staat. Over de jaren dat het dorp als concentratiekamp gediend heeft werd geen woord gerept.
Een stuk verder stopten we voor een groot monument, een enorm hand die uit het woestijnzand omhoog rijst. Een mooi fotomoment waar dan ook al een aantal oude Volvo voor stond om gefotografeerd te worden. Jammer dat een kunstwerk als dit ook niet gevrijwaard is van graffiti, het was helemaal ondergekalkt, jammer.
Bij Calama kwam ik weer op bekende weg, ik was daar op 2 december langsgekomen toen ik vanuit het noorden naar San Pedro reed. Vanaf hier ga ik de komende drie weken dus door bekend gebied rijden. Het was deze dag alleen bewolkt en het heeft zelfs even hard geregend, heel raar om zo’n dag in de droogste woestijn van de wereld mee te maken. We hebben sowieso extreme weersomstandigheden tijdens deze reis. Ik Ushuaia, het meest zuidelijke puntje van het continent hadden we de heetste dag van de afgelopen misschien wel 100 jaar. Daar liepen we met 29 graden in ons T-shirtje rond terwijl we in de Atacamawoestijn in een regenbui rondrijden.
Vandaag, 26 december hebben we een vrije dag, lekker aan het zwembad midden in de woestijn. Genieten dus op 2e kerstdag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten